![]() |
|
||||||
|
|
|
|
|
|||||||
De oudste, en nog altijd meest verspreide functie van klokken is de signaalfunctie,
met ondermeer het aangeven van het uur door het juiste aantal slagen. Doch
algauw werd de noodzaak gevoeld om de uurslagen van de uurklok aan te kondigen
door een zogenaamde voorslag. Het woord betekent letterlijk "Wat voor
de uurslag komt". Zo werden de inwoners attent gemaakt op de naderende
uurslag. Het leverde een uniek staaltje van technisch vernuft dat het mechanisme
van het torenuurwerk koppelde aan de klokken in de toren, en aldus werd
het automatisch klokkenspel geboren.
Daarnaast bestond sedert lang de techniek van het "beieren", waarbij de verschillende klokken van het automatisch speelwerk door middel van touwen en klepels (aan de binnenkant van de klok) met de hand werden bespeeld. Tenslotte kende men al vanaf de 10de eeuw ook het zogenaamde cimbaalspel, waarbij kleine klokjes (of cimbalen) muzikaal gebruikt werden, en dit vooral in kloosters, kerken en scholen. Het betreft een bescheiden muziekinstrument dat een geheel onafhankelijke evolutie kende, met een hoogtepunt rond de 13de - 14de eeuw.
In deze drie gebruiken schuilt het ontstaan van de beiaard, waarbij de klokken
middels een stokkenklavier manueel tot klinken worden gebracht. De oudst
bewaarde duidelijke vermelding van een heus beiaardklavier is terug te vinden
in de stadsrekeningen van Oudenaarde in 1510.
Zowel in het Noorden als in het Zuiden won de beiaardkunst gestaag aan belang
tot het laatste decennium van de 18de eeuw. In Vlaanderen waren Antwerpen
en Leuven in de 18de eeuw belangrijke klokkengieterscentra. In Antwerpen
met de klokkengieters Melchior de Haze, Willem Witlockx en Joris du Mery
en in Leuven met de familie vanden Gheyn.
In het jaar 1941 dreigde alweer een donkere periode voor de beiaardkunst. Op 2 oktober overleed Jef Denyn en een maand later vaardigde de Duitse bezetter het decreet uit voor de inbeslagneming van de klokken in België, waarbij vooral de luidklokken het moesten ontgelden. Het merendeel van de Vlaamse beiaarden bleef gelukkig gespaard, met uitzondering van enkele belangrijke beiaarden, onder meer te Leuven.
In de 20ste eeuw zijn de laatste klokkengieters in Vlaanderen actief geweest, met de families Michiels (Doornik) en Sergeys (Leuven). In 1980 verdween het eeuwenoude beroep van klokkengieter in Vlaanderen. Niettegenstaande dit feit is Vlaanderen nog steeds één van de belangrijkste plaatsen voor de verspreiding en promotie van de beiaardkunst. In enkele onderwijsinstellingen wordt deze typische Vlaamse kunst onderwezen.
Tijdens verschillende evenementen, beiaardconcerten en beiaardfestivals kan het publiek op dikwijls originele wijze op ontdekkingstocht gaan om, naast het sociale en volkse karakter van het beiaardinstrument, ook een heus concertinstrument te aanhoren.
|
|||||||
| organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home |