Home
 
 

 

AANBEVOLEN LITERATUUR:

"Zingend Brons, Beiaardkunst in de Lage Landen en de Nieuwe Wereld"
van auteur Luc Rombouts.

Klik hier
voor meer informatie over dit boek.

 

De klok (Geschiedkundige achtergrond & gietproces)

Geschiedkundige achtergrond

De eerste klokken vinden we terug in China rond 2000 v. Chr. Daarna verschijnen ze achtereenvolgens in Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk. In onze streken worden ze bekend vanaf de 4de eeuw na Chr. Na de erkenning van het Christendom (Edict van Milaan, 313) komt de verspreiding van het gebruik van klokken in kerkelijk verband langzaam op gang. De klokjes evolueren tot grotere en verder dragende signaalgevers en vormen een ideaal middel om de geloofsgemeenschap op te roepen tot de eredienst. Onder het bestuur van Karel de Grote (einde 8ste - begin 9de eeuw) wordt het gebruik van de klokken (in een klokkentoren) zelfs officieel verplicht.

Later worden de klokken ingezet bij de tijdsaanduiding door ze te koppelen aan de mechanische uurwerken (einde 13de eeuw). In korte tijd groeide de vraag naar klokken aanzienlijk. Met de opkomst van de gemeenten werd de louter religieuze functie langzamerhand uitgebreid met een aantal maatschappelijke taken, terwijl ook het aantal klokken in één toren toenam. In wezen werd de klok een belangrijk communicatiemiddel dat het ritme van de middeleeuwse stedeling bepaalde, en evolueerde tot het klinkend hart van onze West-Europese maatschappij: de stadsklok geeft de tijd aan, de brandklok waarschuwt de bevolking voor brand en andere gevaren, een andere klok kondigt het openen en sluiten van de stadspoorten, de "werckclocke" roept de actieve bevolking op om aan het werk te gaan, de "banclocke" bekrachtigt zelfs de verordeningen van de stedelijke overheid.

Franse bewerking uit de 15de eeuw van "Horologium Sapientiae"
Franse bewerking uit de 15de eeuw van "Horologium Sapientiae" van Heinrich Seuse (12de eeuw). © Lannoo.

De klok was dus aanvankelijk een zuiver gebruiksmiddel, hetgeen ze behield tot ver in de 19de eeuw. De muzikale toepassing van torenklokken begon pas in de 2de helft van de 15de eeuw. De echte doorbraak van het klokkenspel als muziekinstrument was ook maar mogelijk nadat de klokkengieters de stemtechniek volledig beheersten.

Giet- en stemproces

Aanvankelijk werden klokken in West-Europa vervaardigd door monniken, later door rondreizende klokkengieters. Tegenwoordig verloopt het fabricageproces van klokken op semi-industriële wijze. Toch blijft de geboorte van een klok telkens weer een unieke gebeurtenis.

Om een klok te gieten worden drie stadia doorlopen: de kern, de "valse klok" en de mantel.

De kern is gemaakt van gemetselde poreuze steen, waarbij via een sjabloon en met neutraal zand de kern wordt voltooid. De sjabloon (of mal) is een plank of ijzeren plaat die op een as wordt geplaatst. Daarmee wordt aan de vorm het profiel gegeven van de binnenzijde van de latere klok.

De gemetselde kern   De kern, voltooid en gevormd door de mal
De gemetselde kernDe kern, voltooid en gevormd door de mal

Nadat de kern afgewerkt is (gedroogd of gebakken) wordt hierop de "valse klok" vervaardigd. Ze wordt zo genoemd omdat ze een exacte kopie vormt van de te gieten klok, die het tijdelijk de plaats inneemt van de toekomstige klok. De vorm van deze klok, vervaardigd uit zand, wordt eveneens met behulp van een mal verkregen. Over het oppervlak van de valse klok wordt een laag gesmolten was gestreken, waarop in reliëf de versieringen en opschriften worden aangebracht.

De valse klok
De valse klok (reeds bestreken met was),
waarop de versieringen worden aangebracht

Eenmaal de valse klok afgewerkt, wordt tenslotte de mantel aangebracht: over het resultaat van de valse klok wordt een dunne laag vochtige, vuurvaste leem gestreken. Na volledige droging herhaalt men dezelfde behandeling nog enkele malen, tot de leemlaag ca 10cm dik is. De mantel wordt verstevigd door enkele metalen ringen.

Bovenop de valse klok is de mantel geplaatst
Bovenop de valse klok is de mantel geplaatst

Het geheel wordt opgewarmd zodat de waslaag van de valse klok wegsmelt. Eens het geheel opnieuw afgekoeld is, tilt men de mantel op. Het restant van de valse klok, die eerst uit zand werd gemaakt, komt te voorschijn, maar ondertussen zijn de versieringen en opschriften afgedrukt op de binnenkant van de mantel. Ze vormen als het ware het negatief van een foto.

Binnenzijde van de mantel
Binnenzijde van de mantel

De valse klok heeft haar taak voltooid en wordt verwijderd. De mantel wordt weer op de kern geplaatst en in de plaats van de valse klok is er nu een lege ruimte ontstaan tussen de kern en de mantel die straks met brons zal worden gevuld. Samen met andere klokvormen wordt het geheel in de gietput geplaatst. Deze put vult men volledig en stevig op met zand. Intussen wordt het brons, een legering van 80% koper en 20% tin, geleidelijk aan gesmolten in een vlamoven en verhit tot een temperatuur van ca 1100 °C. Eenmaal de juiste temperatuur bereikt, wordt het vloeibare brons via gemetselde kanalen in de ruimte tussen de kern en de mantel gegoten (of men giet deze manueel met een gietpot in de vorm). Na geleidelijke afkoeling (soms duurt dit ruim een week) worden de verbrande vormen verwijderd en komt de bronzen klok te voorschijn.

Het gietproces
Het gietproces

Nadat de gietfouten zijn weggeslepen en de klok is opgeschuurd begint het stemproces. Al bij de aanvang heeft de klok een toon die bepaald is door haar grootte en haar profiel. Hoe zwaarder de klok, hoe lager de toon; hoe kleiner de klok, hoe hoger de toon. Na het gieten is deze toonhoogte echter nog lang niet correct, de klok moet immers nog bijgestemd worden.
Voor een beter begrip hiervan moeten we de samenstelling van de klokkenklank even van nabij bekijken. Als je een klok laat klinken, hoor je naast de grondtoon ook nog een aantal boventonen.
Dit is ook zo bij alle andere instrumenten, maar de structuur van deze boventonen is bij de klok wel heel anders: de belangrijkste zijn het onderoctaaf, de prime, de kleine terts, de kwint en het bovenoctaaf.
Daar de klok een klinkend lichaam is (een ingewikkeld patroon van trillingen over het ganse oppervlak), kunnen de boventonen als het ware gelokaliseerd worden op de klok.
Het bepalen van de juistheid van de boventonen gebeurde in de voorbije eeuwen op het gehoor, met behulp van een muziekinstrument of van stemvorken. De laatste vijftien jaar hebben elektronische apparaten deze taak overgenomen. Wanneer bepaalde boventonen onjuist bevonden worden, gaat de stemmer correcties aanbrengen door het wegnemen van metaal op welbepaalde plaatsen aan de binnenzijde van de klok (frezen). Dit noemen we de inwendige stemming van de klok. Beiaardklokken moeten daarnaast ook op elkaar afgestemd worden, de zogenaamde uitwendige stemming.

Het stemmen van de klok
Het stemmen van de klok

De belangrijkste klokkengieters in Vlaanderen waren: het geslacht De Leenknecht Van Harelbeke (14de eeuw), de Mechelse Waghevens en de vanden Gheins (16de en 17de eeuw), Melchior De Haze (17de eeuw), Willem Witlockx, Alexius Jullien, Joris du Mery en de Leuvense familie vanden Gheyn (18de eeuw), de familie Van Aerschodt (19de en 20ste eeuw), de familie Michiels in Doornik (einde 19de eeuw, 20ste eeuw) en tot slot de familie Sergeys (20ste eeuw). Momenteel worden er in België geen klokken meer gegoten.

© Foto's: Klokkengieterij Eijsbouts, Nederland

 

 
  organisatie | informatie | concertkalender | publicaties | contact | home