Districtshuis

Geschiedenis van de beiaard

Oude beiaard

In 1887 besloot het gemeentebestuur van Borgerhout een beiaard te laten gieten voor het nieuwe gemeentehuis. Alphonse Beullens (1840-1924), klokkengieter te Leuven en schoonbroer van de beter gekende Séverin Van Aerschodt, kreeg de opdracht een uurwerk en een beiaard van 35 klokken te maken op basis f1. De klokken werden gegoten in 1888. Het uurwerk, de trommel en het klavier werden door Edward Michiels (1831-1910) uit Mechelen geleverd.
De beiaard werd op 25 september 1889 goedgekeurd door de Vlaamse componist en dirigent Emile Wambach (1854-1924). Het is onbegrijpelijk dat iemand die muzikaal zo begaafd was, een beiaard die zo vals klonk, kon goedkeuren. De enige verklaring is dat er blijkbaar werd vanuit gegaan dat een beiaard nu eenmaal niet perfect kon klinken. Op 13 oktober vond het inauguratieconcert plaats, dat gespeeld werd door Edward Steenackers. Datzelfde jaar werd hij titularis van de gemeentebeiaard.

Herstellingswerken en versteek

Na de installatie van de beiaard werd er gedurende vier jaar geen onderhoud aan de beiaard verricht, ondanks herhaaldelijke aanvragen van Edward Michiels. In 1893 kreeg Jef Denyn opdracht om de nodige herstellingswerken en versteek van de trommel te doen. Steenackers kon duidelijk niet zelf versteken, want er werd zolang hij beiaardier was, steeds op iemand anders beroep gedaan.
Na 1893 werd er niets veranderd aan de aria's of het mechanisme, tot Jef Denyn in oktober 1898 aandrong op een jaarlijks onderhoud en versteek van de trommel. Dat gebeurde vanaf 1909 tot en met 1906. Over 1907 is geen correspondentie i.v.m. onderhoud te vinden, maar vanaf 1908 tot 1913 werd de beiaard jaarlijks nagekeken door de firma Michiels, en Arthur Michiels (1876-1961), zoon van Edward, verzorgde de correspondentie met het gemeente-bestuur. Michiels zorgde ook voor de versteek van de trommel.
Uit verschillende rapporten tussen 1911 en 1913 van Marcel Michiels (Doornik), Felix Van Aerschodt (Leuven), Edward Steenackers en Omer Michaux (Leuven, opvolger van Beullens) bleek dat er buiten algemene herstellingswerken aan de beiaard ook nood was aan het gedeeltelijk herstemmen en hergieten van de beiaard. Uiteindelijk werd er aan de klokken zelf niets herstemd, hoewel de kranten dit wel schreven. Désiré Somers voerde onder leiding van Gustaaf Brees de dringendste herstellingswerken uit, vnl. de verbindingen tussen toets en klepel, en het vernieuwen van de hamers en klepels.
In maart 1914 werden speciale concerten gespeeld ter ere van de "restauratie" van de beiaard, door Gustaaf Brees en Edward Steenackers. Toen de oorlog uitbrak datzelfde jaar, werd er niet meer gespeeld, vermoedelijk tot na de bevrijding in 1918. Op 5 juli 1921 stelde Anton Brees zijn kandidatuur voor het ambt van beiaardier, aangezien de gemeentebeiaardier overleden was. Hieruit blijkt dat Steenackers tot aan zijn dood beiaardier was gebleven, hoewel daar geen geschreven documenten van bestaan.
Anton Brees bespeelde de beiaard om de 14 dagen op zondag van 12 tot 13 uur. Opnieuw vroeg het gemeentebestuur om een studie betreffende de toestand van de beiaard. Volgens Brees verkeerde alleen het klavier zelf nog in goede staat. Alle ijzerwerk was weer volledig geroest. Bovendien was het houtwerk waar de klokken aan hingen op sommige plaatsen verrot en vermolmd, en hingen veel klokken los. 15 van de 35 klokken werden aanvaardbaar genoemd qua toonzuiverheid. Van klankkleur konden slechts 5 klokken door de beugel. De conclusie van Brees was dan ook om de ganse beiaard te hergieten, en van de gelegenheid gebruik te maken om een octaaf bij te gieten. Weer koos het gemeentebestuur voor een goedkope noodoplossing en gaf in 1922 opdracht aan Désiré Somers om enkele dringende herstellingen te doen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Anton Brees in 19245 opstapte en in de Verenigde Staten zijn geluk ging beproeven, waar hij na enkele omzwervingen beiaardier werd van Bok Tower Gardens te Lake Wales, Florida. Na zijn vertrek was er geen vaste beiaardier meer. Het automatisch spel bleef nog in gebruik tot 1969 en af en toe speelde John Gebruers, stadsbeiaardier van Antwerpen, op de beiaard. De laatste herstellingen aan de beiaard gebeurden in 1944 door John Gebruers. In 1952 schreef Jef Rottiers over de beiaard van Borgerhout: "Meer dan de klokken, verdient de wekkering, een voorbeeld van preciesheid en verzorging, onze aandacht."

Nieuwe beiaard

In 1969 werd de hele beiaard uit de toren verwijderd uit veiligheidsredenen, omdat de klokken door de open galmgaten naar beneden konden vallen. De grootste werden ter plaatste stuk geslagen.
Om de nodige fondsen te verzamelen voor een nieuwe beiaard, werd er in 1972 een beiaardfonds opgericht om de subsidies van de Staat (60%) en de provincie (20%) aan te vullen. In oktober 1973 keurde de gemeenteraad de plannen goed voor een nieuwe beiaard. Het duurde echter nog tot in 1976 eer de tussenkomst van Staat en Provincie werd vastgelegd. Eijsbouts kreeg in 1976 de opdracht om een beiaard te gieten van 47 klokken op basis f1. Jo Haazen, op dat moment stadsbeiaardier van Antwerpen, werd als adviseur aangesteld. Het merendeel van het oude brons werd aan Eijsbouts verkocht. Afgezien van de klokken die al gebroken in Asten aankwamen en derhalve geen ander lot dan de smeltkroes deelachtig kon worden, werden de volgende nog gave klokken als oud metaal aan Eijsbouts verkocht: c2, cis2, d2, es2, e2, f2, fis2, g2, gis2, gis2 en c3. Van deze reeks is de c2 teruggegaan naar Borgerhout en staat opgesteld in de hal van het districtshuis. De kleinste klokjes werden openbaar verkocht tegen 400 frank per kg.
Van de nieuwe beiaard werd de grootste klok versierd met het gemeentewapen in een lauwerkrans. De verschillende op-schriften van de 12 grootste klokken zijn overgenomen uit de inkomhal van het gemeentehuis: Vrijheid schenkt moed - Recht kweekt rede - Plicht teelt eendracht - Wetenschap verlicht - Kennis geeft macht - Wijsheid heerst - Vlijt verrijkt - Arbeid sterkt - Rust roest - Vrede schept weelde - Weelde baart kunst - Kunst adelt
Op 20 februari 1978 kwamen de klokken toe. Op 15 april 1978 speelde Jo Haazen de beiaard plechtig in. Hij werd benoemd als beiaardier van Borgerhout en bleef in die positie tot 1982, toen hij directeur werd van de Mechelse Beiaardschool. Drie jaar werd er niet gespeeld, tot Linda De Schepper in 1985 aangesteld werd.
Het origineel uurwerk en de trommel van Edward Michiels bleven behouden. Ze worden wel elektrisch aangedreven, terwijl ze oorspronkelijk met gewichten werden aangedreven, die dagelijks met de hand werden opgedraaid. Hoewel het de bedoeling was om tweemaal per jaar de trommel te versteken, voor Pasen en de Borgerhoutse Septemberfeesten,10 werden de aria's sinds 1982 niet meer gewijzigd. In 1982 werd Borgerhout een district van Antwerpen, en veranderde de naam gemeentehuis in districtshuis.
In 1989 -het jubileumjaar van het 100-jarig gemeentehuis en van de beiaard- werd gestart met zomerconcerten. Sindsdien klinkt de beiaard elke eerste dinsdag van de zomermaanden van 20 tot 21 uur en elke derde vrijdag heel het jaar van 14 tot 15 uur.

Overzicht beiaardiers

Edward Steenackers (+1921) 1889-1921
Anton Brees (1897-1967) 1921-1924
Jo Haazen (°1944) 1972-1982
Linda De Schepper (°1958) 1985

Historische curiosa

Klokken van de Alphonse Beullens-beiaard uit 1888:
· inkomhal districtshuis Borgerhout: c2, 761 mm, 262 kg. Grootst overgebleven klok van de Beullensbeiaard
· Nationaal Beiaardmuseum Asten: 7 klokken: cis2, es2, f2, fis2, gis2, gis2, c2. Er is dus tweemaal een gis2-klok.12
· d2, e2 en g2 waren oorspronkelijk ook in het museum te Asten, maar zijn waarschijn-lijk doorverkocht als luidklok.
Varia uit het archief van het Districtshuis Borgerhout:
· Versteekmuziek van mei 1911, door Michiels op de trommel gezet. Bewerker van de liederen onbekend.
· Versteekmuziek van 1913 door Gustaaf Brees geschreven en op de trommel gezet.
· Correspondentie van o.a. Edward Michiels, Alphonse Beullens, Felix Van Aerschodt, Emile Wambach, Jef Denyn, Arthur Michiels, Marcel Michiels, Omer Michaux, Edward Steenackers, Gustaaf Brees, Anton Brees.

Bibliografie

· Linda De Schepper, Beiaarden te Antwerpen, eindwerk KBS. Mechelen, 1982
· Jo Haazen, De zingende toren, Uitgave De Vlijt N.V. Antwerpen, 1979. p 132-135
· Dirk Stappaerts, Borgerhout en zijn gemeentehuis, Uitgave Danthe N.V. Sint-Niklaas, 1981. p. 51-54
· Jef Rottiers, Beiaarden in België, KBS. Mechelen, 1952, p. 153
· Ludo Van den Bos, De beiaard van Borgerhout, eindwerk KBS. Mechelen, 1990.
· Archief Districtshuis Borgerhout: 14de rangschikking nr. 21: Bouw-werken. Gemeentehuis. Beiaard en uurwerk. 1886-89-1911. 14de rangschikking nr. 21/1: Beiaard en uurwerk. Verandering en herstellingen 1911-1914(-1922) .

 

Tekst: Linda De Schepper / Liesbeth Janssens

Technische fiche

Klokkengieters: 
Eijsbouts (1977)
Aantal klokken: 
47
Totaal gewicht: 
5531
Basklok: 
1.056 (f1)
Transpositie: 
kwart omhoog (klaviertoon c1 = slagtoon f1)
Toonaard: 
f1 (fa)
Stemming: 
gelijkzwevende stemming
Totale omvang klavier: 
c1 -d1-e1- chromatisch - c5
Omvang manuaal: 
g1 - c5
Omvang pedaal: 
c1 - g2
Klavier: 
Eijsbouts 1978
Inrichting: 
gericht tuimelaarsysteem
Automatisch spel: 
mechanische speeltrommel Edward Michiels, Mechelen, 1889 (drie octaven), elektrisch aangedreven (Eijsbouts 1978)
Speelfrequentie automaat: 
elk kwartier
Repertoire automaat: 
uur: Borgerhouts reuzenlied; andere kwartieren onbekend
Bespelingen: 
3de vr vd maand 10-11 u
Zomerconcerten: 
1ste di van de maand 20-21 u (juni-sept)
Beiaardier: 
Linda De Schepper
Eigenaar: 
gemeentebestuur