Sint-Catharinakerk

Geschiedenis van de beiaard van Hoogstraten

 

Eerste klokken en voorslag

Op 12 juli 1430 ging het kerkbestuur van de Sint-Catharinakerk een lening aan bij het gasthuis van 150 gouden Bergoendde Philippus Clinckarde om "die clocken mede op te helpen in den Torre". We spreken hier nog van de oude Romaanse kerktoren. Wegens de grote rekening vermoedt men dat het om verscheidene klokken moest gaan van een vrij groot gewicht. In die tijd hing er ook een reeks van drie voorslagklokjes in de kerktoren. Op het einde van de vijftiende eeuw klom hun aantal op tot 7 of 8 klokken, zodanig dat er een muzikaal voorspel kon uitgevoerd worden.

De zwaarste klok was de Catharinaklok (2000 kg). Ze werd in 1444 door de Mechelse klokkengieter Jan Zeelstman gegoten en maakte deel uit van de eerste voorslag. Deze klok werd echter in 1944 vernield door het oorlogsgeweld. Een ander klokje dat oorspronkelijk deel uitmaakte van de voorslag werd in de vijftiende eeuw door Simon Waghevens gegoten. Het hangt sinds 1584 in het torentje van het stadhuis. In 1504 werd een klok gegoten waarvan we de gieter niet kennen. Joris I Waghevens leverde in 1513 de Mariaklok (400 kg) die eveneens in 1944 vernield werd. In het jaar 1518 besliste het stadsbestuur om de voorslag uit te breiden tot een voorspel. Dit besluit werd genomen in navolging van de ontwikkeling van de klokkenspelen in de omliggende steden en gemeenten.

De burgemeestersrekeningen maken nergens melding van een beiaardklavier. Toch bestaat het vermoeden dat de klokken door middel van een klein klavier konden worden bespeeld aangezien de eerste "beiaard-meester" werd benoemd in 1521. Bij het afbreken van de oude kerktoren in 1536 werden de klokken en het uurwerk neergehaald en in het stadhuis in bewaring gebracht totdat ze ongeveer 20 jaar later terug in de nieuwe toren (ontwerp van Rombout Keldermans (1516-1531)) werden opgehangen. Het uurwerk bleef functioneren tot 1876. Verscheidene klokken waren toen gebarsten en de rammel die het uur aankondigde was gebrekkig geworden. In 1892 werden er 5 gebarsten klokken hergoten en 2 nieuwe toegevoegd door de firma Van Aerschot uit Leuven. Door deze smelting kwam er een einde aan het vroegere voorspel.


Het 18de-eeuwse beiaardklavier van de Antwerpse kerkbeiaard,
waarvan de klokken na WOII naar Antwerpen verhuisde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog

Op 13 oktober 1943 werden 2 klokken geroofd door de Duitsers, nl. de Sint-Jozefklok (930 kg) en de zondagsklok (1400 kg), beide gegoten door Severinus van Aerschot in 1892. Door bemiddeling van de klokkencommissie kon men de 2 andere historische klokken bewaren, nl. de Catharinaklok (2000 kg, gegoten door Zeelstman in 1444) en de Mariaklok (400 kg, gegoten door Waghevens in 1513). In de nacht van 22 op 23 oktober 1944 voerde het wegtrekkende Duitse leger een noodlottig plan uit. Aangezien de 105 meter hoge toren een uitstekende observatiepost voor de geallieerden zou zijn, werd hij door de Duitsers met 2000 kg dynamiet opgeblazen. Al wat restte was een stomp van enkele meters boven de grond. Hiermee verdwenen ook de historische klokken.

De wederopbouw

Op 22 juni 1945 werd voor Hoogstraten de historische beslissing genomen om kerk en toren terug te herstellen in hun oude glorie. Geïnspireerd door het vurige enthousiasme van deken Jozef Lauwerys begonnen de architecten J.L. Stijnen en P. Berger aan de plannen voor deze enorme onderneming. De uitvoering van de werken verliep zonder veel moeilijkheden. Het kerkgebouw werd voltooid op 15 april 1954 en de toren in de lente van 1958.

Een beiaard als kroon op het werk

Tijdens de wederopbouw van de toren werd er al vlug gedacht aan het gieten van nieuwe luidklokken. In 1954 gebeurde de aanbesteding voor 2 exemplaren. De firma Michiels uit Doornik goot de Catharinaklok (slagtoon d1, 1823 kg.) en de Antoniusklok (slagtoon g1, 675 kg). In 1959 werd de Heilig Bloedklok (slagtoon es1, 1507 kg.) eveneens door Marcel Michiels gegoten.

Het was een droom van deken Lauwerys om de herbouwde toren te bekronen met een beiaard. Reeds in 1957 werd er actie ondernomen. De deken had contacten gelegd met de kerkfabriek van de kathedraal van Antwerpen. Het was hem via architect Stijnen ter oren gekomen dat de Hemonyklokken van de vroegere kapittelbeiaard in onbruik waren en doelloos in de doopkapel stonden. De deken van de kathedraal was trouwens ook een goede vriend en studiegenoot van de deken van Hoogstraten.

Het voorstel om de Hemonyklokken een nieuwe bestemming te geven in de toren van Hoogstraten (zusterkerk van de kathedraal van Antwerpen) werd in overweging genomen. Staf Nees werd gevraagd om deze kwestie te adviseren en in een brief van hem aan deken Lauwerys kunnen we het volgende lezen: "Uw schrijven heeft mij het grootste genoegen gedaan. Dat is een prachtige oplossing. Zulks had ik nooit durven verhopen! Proficiat daarvoor en tevens voor de prachtige gelukte opbouw van de machtige toren!" Na onderhandelingen met de kerkfabriek van de kathedraal werd dit voorstel op 7 april 1957 goedgekeurd.

Hoogstraten als nieuwe bestemming voor de Antwerpse kapittelbeiaard

Na een overeenkomst tussen Antwerpen en Hoogstraten, stond het vast dat de Catharinatoren een instrument van uitzonderlijke waarde zou gaan herbergen: een Hemonybeiaard uit de zeventiende eeuw ! We richten ons even op de geschiedenis van dit instrument. Tot aan de Franse Revolutie werden er in de kathedraaltoren 2 beiaarden bespeeld, nl. de kapittelbeiaard of kerkbeiaard, en de stadsbeiaard die zich een verdieping hoger bevond. Beide instrumenten werden beurtelings bespeeld naargelang het stedelijk of kerkelijk karakter van de gelegenheid. Deze 2 beiaarden werden gegoten in 1654-55 door de wereldvermaarde gebroeders Hemony.

Toen de stad Antwerpen in 1654 een beiaard bestelde bij Hemony, wilde de kerk niet onderdoen. Het kapittel bestelde dus ook een beiaard, maar deze werd een halve toon dieper (as) en dus zwaarder in gewicht. Hemony moest 32 klokken gieten die gebaseerd waren op de Carolusklok (as0, 6434 kg, gegoten in 1507 door Willem en Gasper Moer uit 's Hertogenbosch), Thomas (bes0, 4000 kg, gegoten in 1563 door Jan Fer uit Doornik) en Maria (c1, 3000 kg, gegoten in 1459 door Johannes en Willem Hoerken). Deze 3 klokken werden de basklokken van de kapittelbeiaard. Hemony verwerkte ook nog enkele van de vroegere klokken in zijn instrument. De zware werden ter plaatse gegoten. Zo werd het instrument uitgebreid tot 37 klokken. In 1767 breidde Joris du Mery de beiaard nog met 3 kleine klokjes uit zodat het aantal op 40 werd gebracht.

De 2 bekendste beiaardiers die deze beiaard bespeelden, waren Johannes en Amandus de Gruytters. In 1740 werd Johannes benoemd. Voordien was hij beiaardier te Nieuwpoort. In 1922 ontdekte men zijn bekende muziekhandschrift "het De Gruytters beiaardboek". Na zijn dood werd Johannes opgevolgd door zijn zoon Amandus, die beiaardier was in de woelige jaren van de Franse Revolutie. De beiaarden van de kathedraaltoren hebben waarschijnlijk een tijd niet gespeeld om niet al te zeer de aandacht te trekken. Beiaardier Amandus kreeg van de overheerser het bevel alleen nog Franse patriottische liederen te spelen. We mogen van groot geluk spreken dat de beiaarden van de kathedraaltoren gedurende die jaren gespaard zijn gebleven.

Na de Franse overheersing raakte de kapittelbeiaard in verval. Dit had te maken met het feit dat de kerk over hoe langer hoe minder middelen beschikte. De toren werd trouwens ook eigendom van de staat. Dit alles werkte de aftakeling in de hand en het instrument werd niet meer gebruikt. Alle bespelingen gebeurden voortaan op de stadsbeiaard. Na de eerste wereldoorlog werden verscheidene klokken uitgeleend aan behoeftige parochies. Met uitzondering van de luidklokken werden de overige klokken naar beneden gehaald en op de binnenkoer van de dekenij gezet. Het oude klavier werd afgestaan aan Het Vleeshuis. Na de tweede wereldoorlog werden de klokken verder "uitgedeeld" aan omliggende kerken.

Toen in 1957 besloten werd om de kapittelbeiaard in ere te herstellen en over te brengen naar Hoogstraten, werden alle Hemonyklokken terug bij elkaar gebracht. Buiten de 23 Hemonyklokken die de kathedraaltoren reeds vroeger verlaten hadden, deden er nog 5 Hemony's dienst als luidklok, waarvan Hoogstraten er nog graag 2 had, die onmisbaar waren voor hun beiaard. Antwerpen ging akkoord op voorwaarde dat Hoogstraten 2 zwaardere klokken in ruil zou schenken, die qua toon beter in hun gelui zou passen. De firma Michiels goot deze 2 klokken die op 9 februari 1958 gedoopt werden door de deken van Hoogstraten. Deze klokken dragen de volgende geestige opschriften:

MIJN STEM ZAL U DANKEN
BIJ ELK VAN HAAR KLANKEN
ZO LANG TE HOOGSTRATEN
G'UW BEIAARD ZULT LATEN

en

'K LAAT HIER IN DE TOREN
MIJN NIEUWE STEM HOREN
WIJL TWEE VAN TE VOREN
DE KEMPEN BEKOREN

Een toevoeging van Marcel Michiels Jr.

Toen alle Hemonyklokken van de kapittelbeiaard terug verzameld waren, kwam men op een aantal van 24 (slagtoon e1 - chromatisch - cis 3). Zij werden overgebracht naar het atelier van Marcel Michiels te Doornik. Met de 2 luidklokken die Hoogstraten nog kon bemachtigen kwam het aantal op 26. Bij het herstemmen braken 2 klokjes. Om een beiaard van 50 klokken te verwezenlijken, moesten er dus 26 nieuwe aan toegevoegd worden (slagtonen d, es1, a2, d3, ges 3 -chromatisch - es 5). Dit werk werd geadviseerd door Staf Nees en uitgevoerd door Michiels. Tevens moesten zij instaan voor de opbouw van de beiaard in zijn geheel en ervoor zorgen dat de Hemony- en Michielsklokken elkaar qua timbre zo goed mogelijk zouden aanvullen.

Het werk omvatte:
- gieten van 25 nieuwe klokken (1 Michielsklok met slagtoon d1 hing er al)
- Vervoeren, opkuisen, analyseren en herstemmen van de Hemony's
- Plaatsen van een nieuwe klokkenstoel
- Plaatsen van een cabine met klavier
- Plaatsen van alle klokken, klepels en tractuur.

Voor het gieten van de nieuwe discantklokjes werd uitsluitend gebruik gemaakt van Hemonybrons. Hiervoor werden de twee gebroken klokjes hersmolten. Ook een gebarsten Hemonyklok van de Sint-Pauluskerk werd aangekocht en hersmolten. Afgezien van de 2 zwaarste klokken, kan men dus stellen dat de ganse beiaard klinkt d.m.v. Hemonybrons. De nieuwe klokken werden gewijd op 13 maart 1960. Op zondag 1 mei 1960 was de grote dag aangebroken. Ter gelegenheid van het 750 jarig bestaan van de stad Hoogstraten werd de beiaard feestelijk ingespeeld. Aan het klavier zaten achtereenvolgens: Staf Nees, John Gebruers, Piet van den Broek en Staf Mertens.


Plan van de Hoogstraatse beiaard, opgemaakt door Marcel Michiels Jr.
(Gemeentearchief Helmond, Nederland, archief 51 map 376)

Het automatisch speelwerk

Na de voltooiing van de beiaard werd het instrument al vlug aangevuld met een automatisch speelwerk. De firma Leon Peters uit Wavre plaatste in 1961 een systeem met elektromagnetische hamers en een geperforeerde speelband. Dit speelwerk was echter geen lang leven beschoren. In 1985, ter gelegenheid van 25 jaar beiaard, werd er een nieuw automatisch spel geïnstalleerd door de firma Clock-o-matic (Cariomat). Dit werd mogelijk gemaakt door de inspanningen van V.V.V. Hoogstraten. Meer dan zestig milde schenkers droegen bij in de kosten. Vanaf dat moment wordt er over Hoogstraten weer elk kwartier een deuntje uitgestrooid.

Beiaardiers

De eerste stadsbeiaardier was Staf Mertens (°1937). Hij was laureaat van de beiaardschool van Mechelen en werd opgeleid door Staf Nees. Staf Mertens oefende zijn taak gedurende 42 jaar uit, tot hij in 2002 met pensioen ging. Luc Dockx (°1970) die tot dan toe regelmatig optrad als vervanger van Staf, werd in juni 2002 aangesteld als nieuwe stadsbeiaardier van Hoogstraten. Hij is eveneens laureaat van de Mechelse beiaardschool en was leerling van Jo Haazen.

Geplande restauratie

Onder impuls van stadsbeiaardier Luc Dockx en het enthousiasme van de sterk groeiende Hoogstraatse beiaardvereniging, werd het stadsbestuur gewezen op de dringende noodzaak van een grondige restauratie. In oktober 2005 besliste het College van Burgemeester en Schepenen om de historische beiaard te restaureren. Het betreft een zeer grondige restauratie met een gehele aanpak van de beiaard, met onder meer: de klokken, de klepels, de klokkenstoel, de tractuur, de beiaardcabine, het klavier enz… Als alles meezit wil men het werk tegen 2010 klaar hebben. Dan viert men in Hoogstraten 800 jaar stad en vrijheid en daarbij nog eens 50 jaar beiaard. Het belooft een feest van formaat te worden !

Tekst: Luc Dockx

Technische fiche

Klokkengieters: 
24 F. en P. Hemony (1954-1955), 26 M. Michiels jr. (1954-1959)
Aantal klokken: 
50
Totaal gewicht: 
11777
Basklok: 
1.823 (d1)
Transpositie: 
kleine terts omhoog (klaviertoon c1 = slagtoon es1)
Toonaard: 
es1 (mi b)
Stemming: 
Middentoon
Totale omvang klavier: 
b° - c1 - cis1 - chromatisch -c5
Omvang manuaal: 
c1 - c5
Omvang pedaal: 
b° - g2
Klavier: 
Denynstandaard (Michiels 1959)
Inrichting: 
Mechels tuimelaarssysteem (tuimelassen)
Automatisch spel: 
computerspeelwerk cariomat (clock-o-matic 1985)
Besturing automatisch spel: 
elektromagnetisch systeem
Speelfrequentie automaat: 
elk kwartier
Repertoire automaat: 
seizoensgebonden
Bespelingen: 
za 16-17u; 3de di vd maand 10.30-11.30u
Zomerconcerten: 
wo 19.30-20.30u (aug.)
Beiaardier: 
Luc Dockx
Eigenaar: 
stadsbestuur