Sint-Martinuskerk

Geschiedenis van de beiaard

De Sint-Martinuskerk te Meise werd grotendeels gebouwd in de 16de en de 17de eeuw en is laatgotisch van stijl. De centrale westertoren werd na de brand van 1735 heropgebouwd. Daarin hingen tot de Tweede Wereldoorlog twee klokken totdat ze in handen van de Duitsers vielen.

Alles begon met Brams en Van Gijsel

Pastoor Theophiel Brams was ontegensprekelijk de grote promotor van de eerste beiaard te Meise. Wij laten hem zelf vertellen tijdens een interview voor de krant Het Volk bij de wijding van die beiaard op zondag 19 november 1950:

"Met die beiaardgeschiedenis zijn we al bezig sinds 1947. Zoals in de meeste parochies werden onze klokken tijdens de Tweede Wereldoorlog gestolen door de bezetter. In 1947 was kardinaal Van Roey de kinderen komen vormen in Wolvertem en na de plechtigheid spraken we over de klokken. De kardinaal gaf mij de raad om zelf een klok te kopen indien dit financieel mogelijk was, want als je op staatstoelagen moet wachten dan zou het nog lang kunnen duren. Te Meise werd een omhaling gedaan voor twee parochiale klokken. Ze werden besteld bij klokkengieter Michiels in Doornik, maar eigenlijk waren twee klokken wat weinig voor een begrafenis eerste klas. Ik trok mijn stoute schoenen aan en stapte naar de heer Jan Van Gijsel, een zakenman en mecenas die op de Koninklijke Kasteeldreef woonde in de Drijtoren. Bij dit gesprek kwam er een ander voorstel. De heer Jan Van Gijsel, tevens ondervoorzitter van het Vlaams Economisch Verbond, vertelde mij dat hij vroeger van plan was geweest te Meise een soort kasteel te bouwen. Hij koesterde ook het plan hierin ook een klokkenspel te laten aanbrengen. De oorlog stuurde de bouwplannen een beetje in de war en ik deed hem echter een "handig" voorstel. Als uw kasteel er niet komt, zei ik hem, dan hangen we het klokkenspel in de kerktoren en daarmee stemde de heer Van Gijsel in. Zeven klokken werden dus besteld, voor een som van 162.000 fr. Toen ze gereed waren, merkte de afgevaardigde van de klokkengieterij terecht op: "met zeven klokken is weinig aan te vangen, daarop zal nooit een kunstwerk worden gespeeld". De heer Van Gijsel trad dit oordeel bij en hij bestelde nog zeven nieuwe klokken. Toen begon de "beiaard" reeds een ernstig uitzicht te krijgen en de heer Van Gijsel stelde voor een expert aan te spreken om de onderneming tot een goed einde te brengen. Ik deed beroep op mijn vriend Staf Nees, stadsbeiaardier te Mechelen. Staf Nees voerde zijn vrienden uit Meise, waaronder ook de volksvertegenwoordiger Jan Van den Eynde en burgemeester Jules Van Campenhout mee naar Postel, in de Antwerpse Kempen, waar een prachtige kleine beiaard hangt. De heer Van Gijsel was opgetogen en zijn besluit stond vast, zonder lange discussie, en hij zei:"Zulk klokkenspel moet er te Meise ook komen". Staf Nees heeft het plan uitgewerkt en de klokkengieterij Michiels maakte voor Meise niet minder dan 47 klokken. De vier grootste zullen dienst doen als parochieklokken en moeten in de oude klokkenkamer komen. De grootste klok die door de parochianen werd geschonken draagt de naam van Martinus, de patroonheilige van onze parochie en burgemeester Jules Van Campenhout zal peter zijn en mevrouw Emmerechts-Van Doorslaer, meter. De tweede klok heet Maria en heeft als peter Jan Van den Eynde en meter mevrouw Van Bever. De derde klok draagt als opschrift: "Ik werd gegoten met de 44 kleinere klokken, voor de parochiale kerk van Meise". Zij heet Joannes, naar de naam van schenker Jan Van Gijsel, die er peter van is".(…)

Op zondag 10 juni 1951 werd de eerste beiaard van Meise plechtig ingehuldigd. Staf Nees zou de beiaard inspelen tijdens een grootse manifestatie bijgewoond door verschillende personaliteiten, zowat alle Meisenaren en ook heel wat nieuwsgierigen van de omliggende gemeenten. Het werd een groot volksfeest met toespraken, beiaardspel, koren, fanfares, Vlaamse kermis en vuurwerk.

Van de 47 klokken was Martinus (slagtoon g1) met zijn 750 kg de zwaarste. De beiaard transponeerde dus een kwint omhoog. De tweede klok, Maria genaamd, woog 538 kg. De klokken Johannes 368 kg en Joanna 300 kg kregen de namen van de schenkers, Jan Van Gijsel en zijn vrouw Jeanne Van Heu. Het kleinste klokje woog 10 kg, terwijl de beiaard in zijn geheel goed was voor 4.202 kg. Alle klokken werden gegoten te Doornik door Marcel Michiels jr. terwijl de installatie van het volledige instrument onder toezicht stond van Staf Nees. Het hele klokkenspel verspreidde zich over 3 verdiepingen. De 4 zwaarste klokken, die tevens fungeerden als luidklokken, hingen in de eigenlijke klokkenkamer. Het beiaardklavier, trommel voor het mechanisch spel en uurwerk bevonden zich een verdieping hoger. De lichtere klokken kwamen in de torenspits terecht, die voor dit doel voorzien werd van galmgaten. De tractuur bestond uit tuimelaarassen en Somers uit Mechelen vervaardigde het klavier. Het trommelspeelwerk, verstoken door Staf Nees, speelde om het half uur: op het uur "Dan zal de beiaard spelen" van Peter Benoit en op het half uur "Lieve Vrouwe van ons land" van Arthur Meulemans.

Begin 1952 werd Jef Rottiers aangesteld als beiaardier van Meise, een taak die hij vervuld heeft tot 1982. Onder zijn impuls ontstonden de jaarlijkse zaterdagavondconcerten tijdens de zomer. Op 23 en 24 april 1955 vond het Internationaal Beiaardfestival plaats met beiaardiers uit Engeland (Jack Paice), Nederland (Willem Harthoorn en Adriaan De Groot), Frankrijk (Alfred Dubois) en oud-leerlingen van de Mechelse beiaardschool: titularis Jef Rottiers, pater Jan Feyen, André Wagemans, Gust Drossens en Renaat Van Steenwegen. Voor het festival werkten verschillende instanties samen, waaronder "De Vrienden van de Beiaard van Meise" en de oudleerlingenbond van de Mechelse beiaardschool, de voorloper van de huidige Vlaamse Beiaardvereniging (VBV). Binnen- en buitenlandse radio-omroepen, pers en televisie waren aanwezig en zouden Meise een paar dagen volop in het middelpunt van de culturele belangstelling plaatsen. Dit klokkenfeest vond zijn bekroning in de onthulling van vijf beiaardbanken, gewijd aan de nagedachtenis van Jef Denyn, August De Boeck, Paul Gilson, August Vermeylen en Pieter Breughel. Een zesde bank kwam er later nog bij ter nagedachtenis van Arthur Meulemans. Ze staan alle in de dreef die leidt naar de Sint-Martinuskerk.

Nieuwe beiaardier

Na het overlijden van beiaardier Jef Rottiers in 1985 nam zijn stiefzoon Eddy Mariën de fakkel over en er werd een nieuw beiaardcomité opgericht. Ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan van de beiaard van Meise in 1986 organiseerde het comité de eerste beiaardfeesten met beiaard en allerlei randactiviteiten zoals volksmuziek- en dansgroepen, wagenspelen, straattheater, clowns, draaimolen en rommelmarkt. Het groeide uit tot een succes zodat werd besloten om dit jaarlijks te herhalen op de laatste zondag van mei.

In 1989 liet Eddy Mariën een rapport opstellen door de advies- en keuringscommissie uit Nederland, waaruit bleek dat de beiaard wel degelijk aan een grondige restauratie toe was. Of nog beter: volledig vervangen moest worden, want de kosten voor een restauratie zouden bijna even hoog oplopen als de kosten voor een nieuwe beiaard. De boventonen van de klokken waren niet correct, waardoor de klank erg onaangenaam was. Daarbij hadden de klokken erg korte uitklinktijd. Er werd gekozen voor een nieuwe beiaard.

Mede dankzij de zoon van Jan Van Gijsel, Jean-Paul, kwam de nieuwe beiaard tot stand. Toen hij hoorde dat de beiaard die zijn vader aan Meise schonk, moest vervangen worden, was hij aanstonds bereid om ter nagedachtenis van zijn vader een flinke bijdrage te leveren tot de verwezenlijking van de beiaard.

Inhuldiging nieuwe beiaard

Na de nodige sponsoracties was het dan uiteindelijk zover. Op 28 september 2002, vijftig jaar na de inhuldiging van de eerste beiaard werd de nieuwe beiaard ingehuldigd: 56 klokken, gegoten door Koninklijke Eijsbouts uit Asten. Zoals de oude beiaard transponeert hij ook een kwint omhoog, maar de nieuwe bezit wel een lage bes en es in het pedaal en gaat zelfs door tot g4 in het manuaal. De tractuur is uitgevoerd met gerichte tuimelaars. De verdeling van de klokken bleef grotendeels dezelfde als bij de oude beiaard. De zwaarste 5 klokken (voorheen 4) bevinden zich in de eigenlijke klokkenkamer. Drie daarvan (voorheen 4) fungeren ook als luidklokken. Het beiaardklavier en de computer voor het automatisch speelwerk kwamen een verdieping hoger en de overige klokken werden in de torenspits geïnstalleerd. Vroeger zat de beiaardier op een valluik en moest dan telkens de beiaardbank verschuiven. Deze ongemakkelijke situatie is nu verdwenen. Het klavier kreeg een grote verschuifbare lessenaar waar dat vroeger een kleine, vaste was. Het automatisch speelwerk speelt eveneens om het half uur, op elektromagnetische hamers, die echter vrij zacht zijn afgesteld. In tegenstelling tot vroeger gebeurt dat nu met een hoge ritmische precisie.

Tijdens de inhuldiging stonden honderden inwoners van Meise langs de mooie kastanjedreef om een glimp op te vangen van Koningin Paola. Het inhuldigingsconcert werd gespeeld door Eddy Mariën, Sjoerd Tamminga uit Nederland, Adrian Gebruers uit Ierland en Ana Elias uit Portugal. Als blijvende herinnering aan de sponsor van de vorige beiaard, Jan Van Gijsel, staan de oude klokken opgesteld op het plein voor de kerk, een idee dat de zoon, Jean-Paul Baron Van Gijsel, met enthousiasme begroette. Wie aandachtig kijkt, vindt maar 39 van de oorspronkelijk 47 klokken terug. De kleine klokjes zijn zoek geraakt… De baron had voor alle aanwezigen een buspendel voorzien om hen naar zijn landgoed te brengen, waar ze zeer gastvrij ontvangen werden met ijs, pannenkoeken, drankjes en zelfs tochtjes per paard en wagen om het domein te bezichtigen. Helemaal in stijl speelden er jachthoorns en als klap op de vuurpijl zelfs een fanfareorkest.

Overzicht stadsbeiaardiers

- Jef Rottiers (1904-1985), dienstjaren (1952-1982)
- Eddy Mariën (°1962), dienstjaren (1982-heden)

Bronnen

- Gilbert HUYBENS, Beiaarden en torens in België, Uitgeverij Ludion, 1994 - Piet DE CUYPER, Meise en zijn beiaard, eigen uitgave, 2002
- Twan BEARDA, Een nieuwe beiaard in Meise, VBV-magazine jaargang 8 nr. 4, december 2002
- Eddy MARIËN, Een eeuw Jef Rottiers, VBV-magazine jaargang 10 nr. 2, juni 2004

Tekst: Eddy Mariën

Technische fiche

Klokkengieters: 
56 Koninklijke Eijsbouts (2001)
Aantal klokken: 
56
Totaal gewicht: 
4615
Basklok: 
905 (f1)
Transpositie: 
reine kwint omhoog (klaviertoon c0 = grondtoon g0 = slagtoon g1)
Toonaard: 
g1 (sol)
Stemming: 
evenredig zwevend
Totale omvang klavier: 
f1 , g1 (= klaviertoon c0), a1, chromatisch tot d6
Omvang manuaal: 
c0, d0, chromatisch tot g4
Omvang pedaal: 
Bes, c0, d0, chromatisch tot g1
Klavier: 
Europese standaard
Inrichting: 
gerichte tuimelaars
Automatisch spel: 
elektromagnetisch computerspeelwerk 'Apollo' met 15 hamers op evenveel klokken (Koninklijke Eijsbouts, 2001)
Speelfrequentie automaat: 
elk half uur
Repertoire automaat: 
uur: Beiaardlied (Peter Benoit); half uur: Ik zag Cecilia komen
Bespelingen: 
feestdagen 12-13 u
Zomerconcerten: 
diverse dagen
Beiaardier: 
Eddy Mariën
Eigenaar: 
gemeentebestuur