Belfort

DRIE BEIAARDEN TE MENEN

In 1460 werd Jan Maerten betaald van beyaerdene Sacraments daghe ende sint Jans daghe, als de processie uitging. Het ging hier evenwel nog niet over beiaardspel maar over het hameren - beieren - op de klokken. Tot de voltooiing van het belfort in 1612 hingen het stadsuurwerk en de stadsklokken in de toren van de St.-Vedastuskerk. Tot zolang was ook de stadswacht "onder dak" in deze toren. Zo wordt in 1564 Jan Mortier, lichtwaerdere en clocluwere betaald ter causen dat hy de wachte ghehouden heeft up de voye van de kercke met eene trompilge en alle huere van nacht ghetrompt. Aan het stadhuis hing een klein klokje, het "wingheroen". Martine Rhetoens werd in 1593 betaald voor het luiden van dit klokje omme het adverterene van het uitstellen van de sentinellen up de rampaerden. Het belfort, een octogonale bovenbouw op een vierkante basis en een houten spits, werd gebouwd tussen 1574 en 1611.

De eerste beiaard

In 1612 werd een uurwerk geplaatst in de nieuwe stadstoren door Jan Blanpain en Jan Double. Claude de Muelnaere, organiste deser stede, werd gelast met het onderhoud. Vier jaar later, in 1616, goot Mr. Jan Groingnaert achthien clocken dienende tot de beelfroict. Samen met de uurslagklok (en wellicht enkele voorslagklokjes) werd dit de eerste beiaard te Menen. De Muelnaere keurde samen met Augustin de St.-Obert de klokken en verzorgde het automatisch spel of de voorclanck. Augustin de St.-Obert (afkomstig uit Valenciennes en een tijd lang beiaardier te Ieper) werkte in 1601 aan de beiaard van St.-Rombouts te Mechelen: voir dat hy syn treeden gerepareert heeft, den beyaerd op St.Rombouts thoren om datter meer clocken soude connen mede spelen. De St.-Obert werd als beiaardier betaald te Mechelen van 1592 tot '97 en van 1602 tot 1603. Volgens de stadsrekeningen van Menen speelde hij op het belfort in 1616. Ook Jacques Du Buus, beiaardier te Menen, werd door de Mechelaars aangezocht. Volgens een betalingsnota uit 1625 werd een bode uit Mechelen gestuurd naar Menen om aldair eenen brief te bestellen aen Jacques De Buze, beyaerder aldaer, ten eynden den selven alhier soude komen om te wesen beyaerder op St.Rombouts thoren. Du Buus speelde slechts een half jaar te Mechelen. Er werd alle saterdaeghe van elfven totten twaelf hueren ende voorts alle hooghe ende feestdaeghen gespeeld op de beiaard. Geen belangrijk figuur kon door de stad reizen, geen blijde inkomst, overwinning of vredesverdrag kon gevierd worden zonder het luiden van de klokken en het spel van de beiaard. Bij de grote stadsbrand in 1694 bleef het belfort van de vlammen gespaard, maar de beschietingen van de stad tijdens het beleg van 1706 werden voor dit eerste klokkenspel fataal.

De tweede beiaard

Op 20 maart 1710 komt het stadsbestuur bijeen omme te delibereren op de erstellinge ende erbauwinge van den belfroot binnen deser stede, geruyneert, ende ghebrandt geduerende de belegeringe. Er wordt tot gheryf van het publiek welcke groote onghemaek is lydende bij ghebreke van horologie ende wyser beslist het belfort te herstellen en een nieuw torenuurwerk en een nieuwe beiaard te bestellen. Door de uitbouw van een derde achthoekige stenen verdieping verdween het originele uitzicht van het belfort. Twee jaar later goot Ignace de Cock 34 nieuwe klokken, gedeeltelijk met het verbrande klokkenmateriaal van de vroegere beiaard. Laurent Hennaert, beiaardier te Kortrijk, werkte gedurende 62 dagen aan het op toon stellen van de nieuwe klokken. Nog in 1712 werd Jean-Baptiste Agelsteen aangesteld als eerste beiaardier van dit nieuwe instrument. In 1722 werd een nieuwe beiaardier benoemd na een wedstrijd waarin Bauduin Boulanger, beiaardier van Brugge, en Henry Joseph d'Etré, beiaardier van Ieper jureerden. De speeltijden werden opnieuw vastgelegd. Nu werd gespeeld na de hoogmis en het lof op zon- en feestdagen, op zaterdag, kermis- en marktdagen over de middag, op dinsdag en vrijdag tijdens de bijeenkomsten van het stadsmagistraat, tijdens processies, vreugdevuren en blijde inkomsten. Waarschijnlijk werd Jaspard Ruffin toen aangesteld. In 1726 ontving hij een pensioen als beiaardier, uurwerkmeester en om de speeltrommel (die in 1724 door François Le Doux was geleverd) vier maal per jaar te versteken. Ook te Menen bloeide de beiaardkunst dus in de achttiende eeuw. Maar in 1744 dreigde daar een einde aan te komen. Op 4 juni valt Menen opnieuw in handen van de Fransen: Lodewijk XV doet zijn intrede in de stad en er moet onderhandeld worden over het klokkenbezit. Artikel 3 van de overeenkomst tot capitulatie is de woordelijke herhaling van wat we lazen als Artikel 4 van het eisenpakket van 1706. Alleen wordt daar nu aan toegevoegd: accordé, sauf la réserve des droits de l'artillerie sur les cloches... En, inderdaad, op 8 juni al wordt een inventaris opgemaakt van het klokkenbezit van de stad. De militairen halen er een Rijselse klokkengieter, François Joseph Corsin, bij om de rondgang te doen en de inventaris op te maken. Corsin telde in het belfort 34 klokken. De zwaarste woog 2.200 pond, èèn klok was gebarsten, het totaal gewicht schatte hij op 9.303 pond. Op basis van deze inventaris konden de klokken teruggekocht worden en bleef de beiaard gespaard.

Naast de gewone bespelingen kreeg de beiaardier dikwijls heel expliciete opdrachten. Zo dienden de eerste noten van zijn concert wel eens als signaal voor het stadsbestuur om zich netjes op te stellen bij hoog bezoek: le magistrat se réunit donc en robe, à sept heures du matin, à la chambre d'assamblée, après avoir donné ordre au carillonneur de donner le signal dès qu'il apercevrait les voitures de L.L.A.A. sur la route d'Ypres (1781). Maar een jaar eerder werden alle publicque plaisiren, carillon spel, trommels, fluyten, etc. verboden bij de dood van Keizerin Maria-Theresia.

Op 23 oktober 1793 werden bij een zoveelste bezetting van de stad de zwaarste klokken uit de toren gehaald door de troepen van Mc Donald. De overige klokken verdwenen een jaar later na nieuwe beschietingen: l'incendie devint bientôt général dans la ville. Une des premières bombes, lancée de la batterie hors la porte d'Ypres, tomba sur le beffroi, éclata dans le premier étage de cet édifice et l'incendia. Pierre-Joseph Fourez, de laatste beiaardier, overleed te Menen in 1834. Weer kon de bevolking het puin ruimen en de vernielde gebouwen herstellen. Het stadsbestuur richtte op 29 Floréal an IV (18 mei 1796) een verzoek tot de centrale administratie van Brugge om een basklok te vinden voor het stadsuurwerk. Pas in 1802 werd aan dit verzoek gevolg gegeven en werd vanuit het depot te Kortrijk een klok naar het belfort gebracht. Het was de tweede zwaarste klok van een driegelui uit de kerktoren van Ledegem. Deze klok van ca. 770 kg. was gegoten door Joseph Simon en Niclaas Chevreston uit Mons in 1775. Zij behoorden tot een gietersfamilie die in het begin van de 17de eeuw vanuit Lotharingen de Nederlanden doorkruisten om klokken en minder vreedzaam bronswerk te gieten. Deze klok is versierd met een calvarie en een Maria-afbeelding (cfr. klokkenlijst). De spits van het belfort werd vervangen door een vierde stenen verdieping die definitief afgesloten werd met een gietijzeren balustrade (1828). In 1840 werd een politieklok besteld bij Dumery te Brugge. Buiten deze twee klokken bleef het belfort zonder beiaard... tot de opdracht werd gegeven in 1962 voor de oprichting van een nieuwe beiaard.

De derde beiaard

Op basis van de "Ledegemse" klok werden nu 48 nieuwe klokken gegoten door Petit & Fritsen (Aarle-Rixtel, Nederland) en door Merediaan uit Menen in het belfort opgehangen. Adviseur was Staf Nees. Hij bezorgde ook de muziek voor het automatisch (elektrisch) bandspeelwerk: een vijftal reeksen van vier muziekjes, aangepast aan de tijd van het jaar en aan het (grens)karakter van de stad.

Deze nieuwe lichte, maar volledige vier-oktaafsbeiaard werd ingespeeld op 16 juni 1963. Gastspelers waren: Staf Nees, Alfred Dubois (St.-Amand-les-Eaux, Fr.) en Elie Ryckelinck (Ieper). Gislain Pouseele (Harelbeke) werd tot stadsbeiaardier benoemd. In 1979 werd Gislain Pouseele opgevolgd door Frank Deleu. In 1991 werd het automatisch bandspeelwerk vervangen door een computergestuurde inrichting van Clock-o-Matic. In 2001 werd de beiaard voorzien van een nieuw klavier volgens Europese standaard. De volledige beiaardinstallatie werd bij die gelegenheid nagezien en verbeterd. Boven de muzieklessenaar is een tekst aangebracht: … MAAR MEENEN, MEENEN SPANT DE KROON (G. G.) Dit is een regel uit een gedicht van Guido Gezelle: "Daar was een tijd, dat in ons land…", geschreven naar aanleiding van de wijding van de kapel van de "Zwarte Nonnen", toen in de Rijselsestraat. De wijding van de nieuwe kapel gebeurde op 30 mei 1871 door Mgr. J. Faict, Bisschop van Brugge. Het is het enige gedicht van Guido Gezelle waar Menen in genoemd wordt. Het gedicht looft de Zusters van Bethel die te Brugge, later ook te Oostende en vanaf 6 november 1864 te Menen gevestigd waren. Zij keerden terug naar Brugge op 4 september 1952. Dit gedicht verscheen in "Gelegenheidsgedichten".

In 2007 werden de verbouwingen van het historische stadhuis afgerond door het bureau NOA.Architecten. Sindsdien is er een perfect ingerichte open binnenruimte om de concerten in ideale omstandigheden te kunnen beluisteren.

Curiosa

In het belfort worden twee historische klokken bewaard:

- De vroegere politieklok van de Stad Menen: een der laatste klokken van de gietersfamilie Dumery uit Brugge: Georges Dumery, 1840. Een replica hiervan is opgenomen in de beiaard. De oorspronkelijke politieklok draagt duidelijke sporen van een deportatie tijdens de oorlog.

- Een klokje uit 1733 van Ignace De Cock, de gieter van de tweede beiaard van Menen. Het opschrift draag deze tekst: ALHONUR DE Sr DOMENIC PARAINS MONSIEUR JACQUES HENRY DELVOYE PRESTRE ET MADEMOISELLE MARIE THERESE DELVOYE JG DE COCK 1733. Waarschijnlijk is dit een luidklokje uit het voormalige klooster van de Zusters Dominkanessen.

Tekst: Frank Deleu

Technische fiche

Klokkengieters: 
1 Joseph Simon en Niclaas Chevreston (Mons,1775); 48 Petit & Fritsen (1962)
Aantal klokken: 
49
Totaal gewicht: 
4764
Basklok: 
770 (f)
Transpositie: 
kwint hoger (klaviertoon c1 = slagtoon g1)
Toonaard: 
g1 (sol)
Stemming: 
evenredig zwevend
Totale omvang klavier: 
bes0 - c1 - d1 - chromatisch - c5
Omvang manuaal: 
bes0 - c1 - d1 - chromatisch - c5
Omvang pedaal: 
bes0 - c1 - d1 - chromatisch - g2
Klavier: 
Noord-Europese standaard
Inrichting: 
gerichte tuimelaars
Automatisch spel: 
beiaardcomputer Apollo II (Clock-o-Matic, 2001) met elektro-magnetische buitenhamers op de 36 zwaarste klokken
Besturing automatisch spel: 
elektromagnetisch systeem
Speelfrequentie automaat: 
elk kwartier
Repertoire automaat: 
gevarieerd
Bespelingen: 
sporadisch
Zomerconcerten: 
wo 20-21u (juli en aug.)
Beiaardier: 
Wim Berteloot
Eigenaar: 
stadsbestuur