Sint-Aldegondiskerk

Geschiedenis van de beiaard

Kerkgeschiedenis

De kerk van Mespelare bestaat in de kern uit een bedehuis (beuk en koor) dat vermoedelijk dateert uit de laatste kwart van de 12de eeuw. Deze romaanse Sint-Aldegondiskerk bleef vrij goed bewaard, ondanks de diverse verbouwingen die ze in de loop der tijden onderging.

Rond 1300 werd het kerkje vergroot door toevoeging van een massieve westtoren in laatromaanse stijl, voorzien van rondbogige galmgaten en een hoge achtkantige stenen spits met vier hoektorentjes. In de loop van de 14e eeuw werd een traptorentje tegen de torenvoet opgetrokken. In het begin van de 15de eeuw werd het romaans kerkje uitgebouwd tot een kleine kruiskerk. Tijdens de godsdienstoorlogen ontsnapte de Sint-Aldegondiskerk niet aan plundering en vernieling. De kerkklokken werden door het geusgezinde stadsbestuur van Gent opgeëist. De bekende dichter Justus de Harduwijn werd priester van de kerk op 3 december 1607 in een periode waarin de kerk zich nog steeds in een berooide toestand bevond. De toren werd rond 1630 uitgerust met een nieuw uurwerk en vermoedelijk ook een nieuw voorslag. Tegen de zuidelijke wand van het koor werd in 1650 een bakstenen sacristie onder zadeldak opgetrokken.

Op 15 mei 1745 werd de oorspronkelijke stenen torenspits door de bliksem getroffen en zwaar beschadigd. Men verving hem in 1756 door een houten spits, versierd met koperen bollen en een smeedijzeren torenkruis. Aan de basis van de spits herinneren vier smeedijzeren jaarankers (1756) aan deze gebeurtenis. De huidige torenspits heeft een basis in de vorm van een achtkantige afgeknotte piramide van zandsteen, met op de vier hoeken van de torenromp een afgeknotte obelisk. Op deze piramidale basis staat een tamelijk complexe met schaliën bedekte houten spil.

In de loop van de 19de eeuw beschikte het kerkbestuur over veel minder middelen om de kerk in stand te houden. In 1886 liet men de toren gedeeltelijk herstellen naar plannen van architect Edouard Bouwens. De kerk onderging in 1900-1902 een grondige restauratie. Bij K.B. van 3 juli 1942 werd ze als monument geklasseerd. De meest recente restauratie dateert uit de jaren zeventig.

Klokkenspel

In 1650 leverde M. Wierinck uit Overmere twee nieuwe klokken. Zowel in 1747 en 1751 werd de grote klok hergoten. De huidige luidklok werd in 1835 door Sébastien James gegoten.
Van bij de wederopbouw van de toren in 1756 wou men het uurwerk van een voorslag voorzien. De hiervoor noodzakelijke klokjes zouden in het hoger gelegen lantaarnvormige gedeelte van de torenspits worden opgehangen. Deze 'beyaert van seven Klocken' werd echter pas in 1777 aangekocht bij Boudewijn Schepers, organist en beiaardier te Aalst. De klokken kwamen uit het atelier van de Brugse klokkengieter Georges Du Mery. (1 van 1757 en 5 van 1760)

In 1870 vulde de Leuvense klokkengieter Severinus Van Aerschodt dit klokkenspel aan met 14 klokken. Toen werd vermoedelijk ook het klavier, de gietijzeren speeltrommel en een nieuw gangwerk geïnstalleerd. De breedte van de trommel (met vaste stiften) bedraagt 83cm en de diameter 53cm.

In 1925 liet Jef Denyn de beiaardklokken overbrengen van de bolvormige torenkap naar de luidklokkenkamer. In hetzelfde jaar werd ook een nieuw klavier geplaatst. In 1993 werd de beiaard gerestaureerd door Luc Michiels uit Mechelen. Er werden vijf klokken van Severinus van Aerschodt en één van Georges Du Mery vervangen door nieuwe klokken van Petit en Fritsen.

In Mespelare spreekt men over "de pareltjes van Mespelare" omdat de klokjes zo zuiver en hoog klinken. Vroeger werd de beiaard bespeeld door de koster-organist. Tegenwoordig wordt de beiaard bespeeld door Lorenz Meulebroek.

 

Tekst: Lorenz Meulebroek

Technische fiche

Klokkengieters: 
5 Georges Du Mery (1760), 9 Severinus Van Aerschodt (1870), 6 Petit & Fritsen (1993)
Aantal klokken: 
21
Totaal gewicht: 
381
Basklok: 
39 (c3)
Transpositie: 
klaviertoon c1 = slagtoon c3
Toonaard: 
c3 (do)
Stemming: 
Evenredig zwevend
Totale omvang klavier: 
c3 - gis4
Omvang manuaal: 
c3 - gis4
Omvang pedaal: 
geen pedaal
Klavier: 
1925, geen standaardnorm
Inrichting: 
tuimelassen
Automatisch spel: 
mechanische speeltrommel met vaste ingesmede stiften, maker en jaartal onbekend
Speelfrequentie automaat: 
elk kwartier
Repertoire automaat: 
melodieën onherkenbaar
Bespelingen: 
bij speciale gelegenheden
Zomerconcerten: 
geen
Beiaardier: 
Lorenz Meulebroek
Eigenaar: 
kerkbestuur