Sint-Petrus- en Pauluskerk

Geschiedenis van de beiaard

DE SINT-PIETER & PAUWELTOREN

De eerste duidelijke vermelding van een toren met een klok dateert uit 1497, alhoewel er aanwijzingen zijn over een toren in de 9de eeuw toen tijdens de regering van Karel de Grote de huidige Sint-Pieter & Pauwel parochie werd gesticht. Op Palmzondag 1494 stortte deze toren in, waarna men bijna onmiddellijk begon met de bouw van de huidige toren, in romaans-gotische stijl. De toren had ook een functie als belfort en bood o.a. in 1597 tijdens de plundertochten van de Spanjaarden, bescherming aan de inwoners van Mol.

Op 25 april 1765 brandde de toren en de prachtige, rijzige spits uit na een blikseminslag. Ook de luidklokken vielen aan stukken en smolten gedeeltelijk. De toenmalige grondheer, graaf Isidoor de Blois, moest de toren in zijn oorspronkelijke toestand herstellen, doch liet op de toren slecht een lage pyramidale kap bouwen. Niettegenstaande plannen in 1937 om de oorspronkelijke torenspits terug te bouwen, bepaalt dit zgn. tentdak nog steeds het uitzicht van de Molse Sint-Pieter en Pauweltoren.
In 1967 werd een liftkoker gebouwd met een lift tot aan de klokkenkamer.

DE LUIDKLOKKEN

In 1497 is in een verslag van een kerkvisitatie voor het eerst sprake van een tiendeklok. Deze werd in 1585 aan stukken geslagen en pas opnieuw gegoten in 1623 door een onbekende gieter.
In 1718 werd deze tiendeklok hergoten, vermoedelijk omdat de klankkwaliteit te slecht was geworden.. Ze droeg als opschrift:
"J.B. Van Everbroeck me fudit anno 1717. Dominus Ferdinandus Comes de Renesse et de Mausnuy dominicus fundiarus in Moll, Baelen, Desschel et Rijsbergen".

Tijdens de torenbrand van 1765 vielen de klokken aan stukken. Tijdens graafwerken in 1970 vond men voor het altaar van de Heilige Doorn, 24 stukken van die klokken terug. De klokscherven leveren spaarzaam informatie op: het gaat vermoedelijk om vier klokken, waarvan er één een doorsnede had van ca. 1, 5 m. Op een scherf staat 'Karoli V' op de kroonring wat deze klok situeert in de 16de eeuw. De versieringen op de kroonring zijn van Pieter Van den Gheyn of Medardus Waghevens, beiden uit Mechelen. Het is duidelijk dat de klokkenscherven begraven werden op de toenmalige plaats van het kerkhof, m.a.w. zij werden in gewijde grond begraven.

In 1766 werden vier nieuwe luidklokken gegoten door de Leuvense klokkengieter Andreas-Jozef Van den Gheyn. Het waren:
- Salvator, grote ban- of tiendeklok, 4000 pond met toon re
- Lieve Vrouwe klok, 3000 pond met toon mi
- Klok van 2000 pond met toon fa#
- Klok van 550 pond, toon onbekend

Gedurende de Franse overheersing werden in 1798 de twee kleine klokken geroofd, maar in 1802 kwamen ze, na het concordaat met Napoleon, terug. In 1824 werd met deze twee kleine klokken de Sint-Pieterklok gegoten door de gebroeders Gaulard, Franse gieters. Vanaf 1824 waren er dus drie luidklokken.
In 1943 werden de twee grootste klokken door de Duitse bezetters weggehaald. De wagen waarop de gestolen klokken stonden, werd bedolven onder de bloemen. De latere beiaardier Frans Vos maakte hier clandestien foto's van.

In 1951 kreeg Marcel Michiels de opdracht om vier nieuwe luidklokken te gieten die ook deel zouden uitmaken van de beiaard:
- Drievuldigheid, 2700 kg met toon do
- Salvator, 1756 kg met toon re
- Lieve Vrouwe klok, 1155 kg met toon mi
- Carolus, 1155 kg met toon fa

Deze klokken werden in 1967 herstemd door Eijsbouts.

DE VOORSLAG VAN 1928

Het eerste 'beiaardje' in de toren van de Sint-Pieterskerk dateert van 1928 en was een voorslag van 10 klokjes. Het totaal gewicht bedroeg 570 kg en werd gegoten door Michiels uit Doornik. Jef Denyn was adviseur en kwam zelf naar Mol om de pinnen te versteken. Op 17 mei 1943 werd dit klokkenspel, samen met de twee luidklokken door de Duitsers weggevoerd. Het klokkenspel kwam echter na de oorlog terug uit Hamburg. In 1947 werden de klokjes terug opgehangen en speelden elk half uur.

DE MICHIELSBEIAARD

VAN 1951 Toen in 1947 de gerstaureerde beiaard van de Norbertijnenabdij van Postel (een deelgemeente van Mol) door Staf Nees werd ingespeeld, vatte Frans Vos het plan op om ook in de toren van de Sint-Pieter en Pauwelkerk een beiaard te hangen. Toenmalig burgemeester dr. K. Luyten en gemeentesecretaris J. Jonghmans waren snel gewonnen voor zijn voorstel, temeer omdat men de beiaard gedeeltelijk kon laten gieten van het geld dat men als terugbetaling voor oorlogsschade (m.n. de geroofde klokken) zou krijgen.

Na onderhandelingen met Staf Nees werd een plan opgesteld voor een instrument met basisklok d1 . Dit voorstel werd zo vlot aanvaard door het gemeentebestuur dat Frans Vos er spijt van had dat men geen zwaarder instrument had voorgesteld. Hij trok dan ook zijn stoute schoenen aan en ging naar de burgemeester met een tweede voorstel. Deze plannen werden door hem en Staf Nees met gunstig gevolg op de gemeenteraad verdedigd.
Zo kwam er uiteindelijk een beiaard van 49 klokken, basis c1 ((2932 kg) - d1 - e1 ----- d5 , met een totaal gewicht van 12679 kg. De c1 werd aangesloten als klaviertoon bes°, waarbij duidelijk het 'ideaal' van de Mechelse beiaard, zoals vooropgesteld door Jef Denyn, model stond. De gieter was Marcel Michiels Jr. uit Doornik, die op dat ogenblik de enige was die in België een aanvaardbare kwaliteit kon leveren. Dat hij die kwaliteit grotendeels ook realiseerde, blijkt uit de rapporten van de firma Eijsbouts waaruit duidelijk waardering voor zijn werk spreekt: '...de klokken van deze beiaard moeten gerekend worden tot de grootste en beste welke ooit door deze klokkengieter werden vervaardigd'.
Van het totale gewicht werd 3125 kg door de staat als oorlogsschade vergoed.

De oude Sint-Pietersklok en de tien klokjes van de voorslag uit 1928 werden versmolten. De aankomst van de 49 klokken op 5 juli 1951 werd verstoord door het plotse overlijden van Deken Govaerts die 's middags nog verklaarde aan Frans Vos: 'Ik ben zeer gelukkig, het is één van de schoonste dagen uit mijn priesterleven'.

De inhuldiging van deze beiaard vond plaats op 12 augustus 1951 door o.m. Staf Nees die voor deze gelegenheid zijn Fantasia (postludium) "O Denneboom" schreef.

DE EIJSBOUTSBEIAARD VAN 1967

Na verloop van tijd waren er tal van technische problemen aan de beiaardinrichting met als gevolg een gebrekkig functioneren van hand- en voetspel. Uiteindelijk kon Frans Vos het gemeentebestuur ervan overtuigen om de beiaard te restaureren, waarbij hij om kosten te besparen zelf als adviseur zou optreden. Deze restauratie gebeurde in 1967 door Eijsbouts. Centraal in de restauratie stond de waardering voor de klokken van Michiels, wat o.m. betekende dat men de inrichting van de beiaard grondig wilde vernieuwen in functie van het optimaal laten klinken van deze klokken. Dit betekende dat men een minimaal aantal klokken zou hergieten en dat de twee klokken die bijgegoten werden, moesten aansluiten qua klankkleur bij de bestaande klokken.
Concreet werd de beiaard geheel afgebroken, twee grote klokken (bes° en es1) werden bijgegoten, de twee hoogste klokjes verdwenen en het bovenste octaaf werd hergoten. In totaal bleven er dus 49 klokken, waarvan 35 van Michiels en 14 van Eijsbouts. Basisklok is de bes° (3240 kg) en het totale gewicht bedraagt 16504 kg. De beiaard is niet transponerend en staat in gelijkzwevende stemming. Verder kwam er een nieuwe klokkenstoel, geheel in ijzer, en een moderne cabine waarin zich het klavier bevindt.
Bij de restauratie bleef het klavier dat gebouwd werd door de firma Somers uit Mechelen behouden. De afmetingen beantwoordden dan ook grotendeels aan het toenmalige (Belgische) standaardmodel. De inhuldiging vond plaats op 17 september 1967. Nadat Carl Van Eyndhoven in 1991 Frans Vos opvolgde, werd er een nieuw klavier geplaatst volgens de Europese Standaard. Het oude 'Denyn-klavier' kreeg een plaats in het museum.

DE RENOVATIE VAN 2009

Over het klinkende resultaat van de restauratie in 1967 was men zeer tevreden, maar over de kwaliteit van de handspelinrichting stelde men al snel vragen. De toetsdruk was over het algemeen erg groot en het zgn. easy-systeem dat op de twee bovenste octaven was toegepast, maakte een accuraat spel haast onmogelijk. Daarom werd in 2009 overgegaan tot een grondige renovatie met o.m. nieuwe klepelbollen, nieuwe tractuur, de vervanging van het easy-systeem door Mechelse tuimelaars en een nieuw automatisch speelwerk (cf infra). Deze renovatie werd uitgevoerd door Eijsbouts met als adviseur Arie Abbenes. Momenteel is de beiaard terug in uitstekende toestand: een gelijkmatige, lichte toetsdruk in combinatie met een warme, sonore klank (vanwege de nieuwe klepels) inspireren de vele gastbeiaardiers die tijdens de zomerconcerten in Mol spelen.

AUTOMATISCH SPEELWERK

Het trommelspeelwerk van 1928 Het eerste trommelspeelwerk bestond uit een trommel in koper met 1200 gaten (50 trommelmaten, 24 lichters). In totaal waren er tien klokken (f-g-a-bes-b-c-d-es-e-f).
Jef Denyn trad als adviseur op en verstak de trommel, die momenteel (met het versteek van Denyn erop geplaatst) in het torenmuseum staat. In 1951 werden de klokjes gesmolten voor de nieuwe beiaard.

Het trommelspeelwerk van 1951 Samen met de eerste beiaard kwam er een trommelspeelwerk met verschuifbare noten bestaande uit een trommel van omgebogen staal met een doorsnede van 1m. Hij werd gemaakt door de firma Dom en Peeters uit Brussel. Er waren 120 maten en 70 lichters voor 37 klokken. In totaal waren er dus 8400 pingaten. De laatste versteek hierop gebeurde op 8 juli 1960 door Frans Vos, met als liederen: Mijne Moedertaal, De Zilvervloot, Als de brem bloeit en Merk toch hoe sterk.
Momenteel bevindt deze trommel zich eveneens in het torenmuseum.

Van bandspeelwerk naar computer, van electromagnetisch naar pneumatisch Bij de restauratie van 1967 werd een bandspeelwerk geïnstalleerd dat eveneens op 37 klokken was aangesloten. De slecht onderhouden relais gaven echter soms kortsluiting en het gevaar op brand werd uiteindelijk te groot, zodat er uiteindelijk in 1984 een computerspeelwerk van de firma Eijsbouts werd geplaatst.
De elektromagnetische hamers bevonden zich op de laagste 37 klokken, met inbegrip dus van de bes° die de uurslag geeft en de es1 die de halfuurslag geeft. In 2009 werd het elektromagnetische speelwerk volledig gedemonteerd en vervangen door een nieuw pneumatisch speelwerk (pneumatische pistons achteraan op de toetsen) dat werd aangesloten op drie octaven, aanvang vanaf f1.

BEIAARDCULTUUR IN MOL

In 1951 vond in Mol de opvoering plaats van het 'Doornspel', een groots opgezet oratorium van Staf Nees voor solisten, koren, symfonisch orkest, dansers, acteurs én beiaard. Het openluchtspektakel werd geregisseerd door Senne Rouffaer. De partituur (piano-reductie) ligt in het torenmuseum. Omwille van de grote logistieke en financiële eisen werd dit werk sinds 1951 niet meer uitgevoerd.
Vanaf 1955 vinden er jaarlijks beiaardconcerten plaats in Mol, onder de begeesterende impuls van beiaardier Frans Vos. Hij lag ook mee aan de basis van het torenmuseum dat vanaf 1967 als een éénmansactie werd gebouwd door Clément Suls en dat naast waardevolle kerkelijke kunstschatten (o.m. Plantin-druk) ook historische documenten en voorwerpen over de klokken en de beiaard bevat (o.m. trommeltje uit 1928, trommel uit 1951, twee Hemonyklokjes etc.).
Opmerkelijk is ook een manuscript van Jef Denyn 'Toets-Oefeningen voor Beiaard' dat bestaat uit melodische fragmenten uit composities van o.m. Le Blan, Vivaldi, Robson...

Sinds 2000 geeft het Molse beiaardcomité jaarlijks een compositieopdracht wat resulteerde in boeiende werken van o.m. Frédéric Devreese (wiens Ritornella een vaste plaats in het beiaardrepertoire heeft verworven), Geert D'hollander, Jeroen D'hoe. In 2001 vond een feestelijke zitting en concert plaats n.a.v. 50 jaar Molse beiaard en in 2009 vond de najaarbijeenkomst van de VBV in Mol plaats n.a.v. de renovatie. De zomerconcerten worden trouw bijgewoond door de 'Vrienden van de beiaard', een vereniging die zich, de woorden van Rottiers indachtig, blijft inzetten voor 'hun' beiaard.

 

Tekst: Carl Van Eyndhoven

Technische fiche

Klokkengieters: 
35 Marcel Michiels jr. (1951) & 14 Eijsbouts (1967)
Aantal klokken: 
49
Totaal gewicht: 
16504
Basklok: 
3.240 (bes)
Toonaard: 
c1 (do)
Stemming: 
gelijkzwevend
Totale omvang klavier: 
bes° - c1 (c1) - d1 - es1 ----- c5
Omvang manuaal: 
c1 - d1 - es1 ----- c5
Omvang pedaal: 
bes° - c1 (c1) - d1 - es1 ---- g2
Automatisch spel: 
pneumatisch systeem
Speelfrequentie automaat: 
elk kwartier
Repertoire automaat: 
seizoensgebonden
Bespelingen: 
za 15.30-16.30u
Zomerconcerten: 
za 20-21 u (2de week juni-aug.)
Beiaardier: 
Carl Van Eyndhoven
Eigenaar: 
gemeentebestuur