Sint-Walburgakerk

Geschiedenis van de beiaard van Oudenaarde

 

De beiaarden in het belfort

Oudenaarde moet reeds in de 15de eeuw over een klokkenspel hebben beschikt (zie de stadsbeiaardiers). Zeker zijn we dat meester Woutere Hab, "clockgietere", drie klokjes goot om als voorslag bij het uurwerk op het toenmalige belforttorentje te dienen. Vanaf 1501 speelde er reeds een primitieve automatische beiaard alle uren het lied: "Veni Sancte Spiritus" en alle halfuren "Peccatores".

Het klokkenspel in het belfort van Oudenaarde is natuurlijk ook bekend van het citaat "Betaalt Jan Van Spiere ter causa van IX klepels…een klavier in torrekin." Dit is het eerste duidelijke schriftelijke bewijs van een beiaard, want er staat dat de klokken bespeeld worden door een klavier en dat is tot nu toe in geen enkel ander document teruggevonden. Dit citaat dateert van 1510 en was ook de rechtstreeks aanleiding voor de vieringen in 2010.

De beiaarden in het stadhuis

Niet veel later brandde het belfort af en daarmee verdween ook de oude beiaard. Het huidige stadhuis werd opgetrokken tussen 1525 en 1536 door de Brusselse bouwmeester Hendrik van Pede.

In 1556 leverde de Mechelse klokgieter Jacobs Waegheveyns voor de nieuwe stadhuistoren een 800 pond wegende uurklok met 16 kleinere klokken. Voor de vernieuwing van het uurwerk en het automatisch spel werd beroep gedaan op Pieter Enghels, de gekende horlogemaker van Dendermonde.

In 1698 was er een uitbreiding van het aantal klokken door de Mechelse gieters Toussaint en Jan d'Aubertin. In 1751, op 19 juni, kreeg de Doornikse klokkengieter Jan Baptiste Jozef Barbieux opdracht een nieuw klokkenspel met 35 klokken te gieten. Bij de keuring van de klokken bleken er maar drie de juiste toon te hebben. De volledige beiaard werd dan ook afgekeurd.

Acht jaar later, op 10 februari 1759, ondertekende de eerste raadspensionaris J.B.Bauwens, in naam van burgemeester en schepenen van de stad, een overeenkomst met Andreas J. Van den Gheyn, om een nieuwe beiaard van 37 klokken te leveren, naar het model de beiaard van de abdij van Ename. Ook de grote trommel van het automatisch spel werd door hem geleverd. In 1760 was de beiaard volledig af.

De beiaarden op de Walburgatoren

In 1894 verhuisde de beiaard aangevuld met 4 klokken naar de Walburgatoren. Dit gebeurde onder leiding van de Mechelse beiaardmaker Somers en Jef Denijn.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het klokkenspel zware schade op, maar bleef wel gespaard omdat de Duitse bezetter de beiaard van Oudenaarde als een historisch monument beschouwde.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft men met ditzelfde argument het instrument kunnen vrijwaren.

Door de opgelopen schade bestond de beiaard uit klokken van heel diverse oorsprong. De beiaard had 47 klokken. De grootste klok was een do en woog 2570 kg en droeg de naam Maria-Jozef. De re-klok heette Walburga en woog 1768 kg. Jacob van 1222 kg was de mi-klok. De fa-kruis woog 900 kg en werd door Michaux in Leuven gegoten. Deze laatste goot nog 29 andere klokken van deze beiaard. Daarnaast waren er nog 12 klokken van Van den Gheyn en twee klokken van Michiels. Een van die twee was kapotgeschoten en werd bij Michiels ter herstelling gebracht, maar deze is niet meer teruggekeerd.

Het geheel gaf echter een heel bedroevend resultaat ( te horen op de CD Historische beiaardopnamen volume 1) zodat er in 1961 plannen gemaakt werden om de beiaard te vernieuwen.
De drie grootste klokken bleven behouden ten dienste van de kerk en de twaalf Van den Geynklokken werden naar het stadhuis overgebracht. Vier van deze klokken staan tegenwoordig voor de Walburgatoren opgesteld en de andere worden nog altijd in een opslagruimte van de stad bewaard.
In 1967 werd de nieuwe beiaard (de huidige), gegoten door de firma Petit & Fritsen uit Aarle-Rixstel (NL), ingehuldigd.

De stadsbeiaardiers

De eerste maal dat er sprake is van " 't officie van beyaerdene deser stede" is in 1589, toen Jan Wauterssone, geboren te Middelburg (Zeeland), een jaarlijkse vergoeding kreeg van negen Ponden Groten en daarbij soms nog een "Godspenninck" bij speciale gelegenheden.

Er zijn echter reeds van begin 15de eeuw vermeldingen van betalingen om de beiaard te bespelen. Zo was er in 1417 Copin de Clivere die "omme dat hij de hauwetclocke lude ende omme dat hij beyaerde op de dach van den nieuwen paus …" een speciale vergoeding kreeg van 24 schel.pars. Tot aan 1589 zijn er zo verscheidene vermeldingen van betalingen voor bespelingen bij speciale gelegenheden.

In 1591 volgt Hans Wilsen Anthonis, opnieuw een Zeelander. Maar nu was er bij zijn werkzaamheden tevens het "steken van der oorlogie" begrepen. Van 1593 tot 1616 was Godefroot Rons beiaardier, van 1616 tot 1624 Larten de Neve, van 1624 tot 1638 Eloy Bataille. Tot 1646 krijgen we vervolgens Jacques de Rode als "meester van den beyaerd. Tot 1660 Pierre Rent, tot 1677 de koster Jan Van Daele, van 1679 tot 1682 Pieter Chastelet, en van 1695 tot 1729 Nicolas Morel en Laurens Chastelet (zoon van Pieter). Daarna deed men beroep op de Gentenaar Joannes Bollenger. De volgende biaardier, van 1722 tot 1756, was Theodor d'Hamer. Waneer deze oud begon te worden, deed Pieter Grauw in 1756 de aanvraag om hem te mogen vervangen als "klock ofte beyaerdspeler". Het schepencollege ging hiermee akkoord. Later zal Pieter Frans Grauw senior opgevolgd worden door Pieter Anthone Grauw, die de zoon was van Basiel Grauw. Edmond Grauw, zoon van Pieter Anthone, zal de rij sluiten van deze muzikale familie.

Vanaf 1-1-1881 was Edward Versmessen benoemd als beiaardier. In 1894 werd hij opgevolgd door Alfons Schynkel senoir. Na ruim 57 jaar dienst werd hij opgevolgd door zijn kleinzoon Alfons Schynkel junior. Bij zijn overlijden in 1988 werd hij opgevolgd door Lode Schynkel, zijn jongste zoon. Of er nog een vijfde generatie uit deze generatie beiaardiers komt, zal de toekomst uitwijzen…..

 

Tekst: Lode Schynkel

Technische fiche

Klokkengieters: 
49 Petit & Fritsen (1967)
Aantal klokken: 
49
Totaal gewicht: 
15500
Basklok: 
3.230 (bes)
Toonaard: 
c1 (do)
Stemming: 
gelijkzwevend
Totale omvang klavier: 
bes°-c1 (c1)- d1- es1-----c5
Omvang manuaal: 
c1- d1- es1 -----c5
Omvang pedaal: 
bes°- c1 (c1)- d1- es1 ------g2
Automatisch spel: 
Apollo II Clock-o-matic
Besturing automatisch spel: 
elektromagnetisch systeem
Speelfrequentie automaat: 
elk half uur
Repertoire automaat: 
gevarieerd
Bespelingen: 
do 10-11u; zo 12-13u
Zomerconcerten: 
geen
Beiaardier: 
Lode Schynkel
Eigenaar: 
stadsbestuur