Hoe bespelen

Het bespelen van de beiaard is een volledig mechanisch gebeuren.
Het beiaardklavier, ook soms stokkenklavier genoemd, heeft ruwweg hetzelfde principe als een pianoklavier (de "witte" toetsen voor de hele tonen en de "zwarte" toetsen voor de halve tonen) en bestaat uit een manuaal en pedaal. Aangezien de beiaard met de vuisten wordt bespeeld staan de toetsen verder uit elkaar, met een bereik van meestal 4 oktaven. Het beiaardklavier staat doorgaans opgesteld onder de kleinste klokken (discant) en boven de zwaarste klokken (basklokken).

Schematische voorstelling, met "gerichte tuimelaar"
Schematische voorstelling, met "gerichte tuimelaar"

De toetsen (zowel van manuaal als pedaal) scharnieren achteraan het klavier. De beiaardier drukt de toets naar beneden, ofwel met de vuist waarbij de pink de toets raakt (bij het bespelen van één noot), ofwel met gespreide hand (voor een samenklank).

Detail van het beiaardspel  Positie handen beiaardspel
Detail van het beiaardspel.

De toetsen zijn verbonden met de klepels van de respectievelijke klokken. Vanuit elke toets vertrekt een draad of kabel naar de klepel via een tuimelaarsysteem dat werkt volgens het hefboomprincipe. De klok is bevestigd aan de klokkenstoel en beweegt niet. De klepel hangt aan de binnenkant van de klok en wordt onderaan tegen de klokwand getrokken. Aan de andere zijde van de klepel is een bladveer op een vast punt bevestigd. Na het bespelen van de klok, moet deze veer ervoor zorgen dat de klepel zo snel mogelijk terug in ruststand komt.

Detail van de klepelverbinding.
Detail van de klepelverbinding.

De toets heeft een "diepgang" van gemiddeld 4 tot 5 cm. De druk waarmee de toets wordt bespeeld, bepaalt de geluidssterkte van de klank. Zelfs de klankkleur kan veranderen afhankelijk of de beiaardier hard of zacht speelt, omdat de boventonen van een klok meer tot uiting komen bij een korte, felle toetsaanslag.
Het uitzicht en de maatvoering van het klavier zijn in de evolutie van het instrument zeer onderhevig geweest aan grote verschillen. Momenteel kent men twee standaard-uitvoeringen, een Europese standaard en een Noord-Amerikaanse standaard. Vooral omwille van het feit dat de Amerikaanse beiaarden meestal een grotere omvang hebben, zijn deze klavieren ergonomisch anders uitgebouwd.
In 2000 werd een nieuw klavier ontworpen dat de compactheid van de Europese standaard verenigt met de ergonomische voordelen van de Amerikaanse standaard. Het werd tot dusver nog niet op een Europese beiaard toegepast.
De beiaardier gebruikt het manuaal om de melodielijn te spelen en het pedaal voor de basnoten. Soms kan via het pedaal de melodielijn worden overgenomen. In de regel wordt elke toets één keer aangeslagen en zal de uitklinktijd van de klok opgenomen worden in het klankgeheel. Soms maakt de beiaardier ook gebruik van de "tremelo"-techniek, waarbij twee of meer noten gedurende een korte tijd snel worden herhaald om alzo de uitklinktijd te verlengen. Men kan daarenboven ook dynamiek in deze tremolo inbouwen om een nog groter "gebonden zang" te bekomen.

Ana Lucia Elias
Ana Lucia Elias (P) bespeelt de beiaard van de Sint-Romboutstoren te Mechelen.

Bij het bespelen van de beiaard zal de beiaardier bepaalde noten accentueren, bijvoorbeeld voor de hoofdtijden van een maat. Hierbij wordt een dynamisch accent gebruikt, m.a.w. een iets harder aanslaan van de toets. Afhankelijk van het muziekgenre gebruikt men ook agogische accenten, waarbij het "breed" of "legato" spelen van een noot de belangrijkheid ervan in de muzieklijn onderstreept.