Vredesbeiaard van de Abdij van Park

De norbertijnen en beiaardmuziek

 

De beiaardcultuur in de Lage Landen was niet enkel een stedelijke cultuur. Ook vele kerkbesturen en abdijen veroorloofden zich de luxe van klokkenmuziek. De witheren of norbertijnen waren hierin voortrekkers. Zij hielden van mooie dingen en beschikten in bepaalde periodes over de middelen om hun gebouwen op te smukken met prachtige kunstwerken. In de meeste norbertijnenabdijen van de Zuidelijke Nederlanden klonk ook klokkenmuziek: voorslagen vanaf het begin van de 16de eeuw en volwaardige beiaarden in de 17de en 18de eeuw. De abdijen van Averbode, Tongerlo en Sint-Michiel in Antwerpen beschikten over een Hemonybeiaard, Postel bezat een instrument van Alexis Jullien, in Ninove klonk een instrument van Dumery en de witheren van de Abdij van Park in Heverlee genoten van de muziek van een instrument van de Amsterdamse klokkengieters Claes Noorden en Jan Albert de Grave. Het jaar 1796 betekende het einde van de beiaardcultuur in de norbertijnenabdijen. Op 1 september van dat jaar werden de abdijen van de Zuidelijke Nederlanden Frans staatsbezit en hun beiaarden werden verkocht of opgeëist om de militaire doelstellingen van de Republiek te dienen. In de 20ste eeuw heeft de beiaardcultuur van de norbertijnen zich ten dele hersteld en verworven de abdijen van Postel en Grimbergen opnieuw een beiaard. In 2018 kwam daar de Abdij van Park bij. 

 

De beiaardgeschiedenis van de Abdij van Park

 

De Abdij van Park staat in de beiaardgeschiedenis bekend als de eerste plaats waar een torenuurwerk voorzien werd van een muzikale voorslag. In 1479 liet abt Theodoor van Tuldel een uurwerktoren bijbouwen aan de abdijkerk. Elk uur speelde het uurwerk de Mariahymne inviolata casta et integra es Maria. Recent onderzoek wees uit dat de pioniersrol van de Abdij van Park op het vlak van de muzikale voorslag dient gerelativeerd te worden. Op enkele plaatsen in Engeland en de Noordelijke Nederlanden klonken al rond 1460 muzikale voorslagen.

De beiaardgeschiedenis in de abdij gedurende de daaropvolgende 250 jaar is slechts beperkt gedocumenteerd. Er werd op de klokken in de dakruiter gebeierd, er werden klokken bijgegoten, maar het lijkt er toch op dat het beiaardgebeuren in de Abdij van Park niet dezelfde allure had als in de zusterabdijen van Tongerlo en Averbode. Dat veranderde in 1729. Toen reden prior, provisor en koks met vier paarden naar Brussel om een beiaard te kopen. Het was een klokkenreeks die tussen 1705 en 1714 was gegoten door Claes Noorden en Jan Albert de Grave, de stadsklokken- en geschutgieters van Amsterdam en dus opvolgers van de gebroeders Hemony. Hoewel formeel bewijs ontbreekt, is het vrijwel zeker dat het hier gaat om een klokkenreeks die het stadsbestuur van Brussel aankocht in Amsterdam voor de stadstoren van de Sint-Niklaaskerk, die op 25 juli 1714 was ingestort onder het gewicht van zijn De Haze-Witlockxbeiaard. Het ontbrak de stad echter aan middelen om de stadstoren weer op te bouwen en de beiaardklokken bleven vermoedelijk 15 jaar in depot tot ze in december 1729 verhuisden naar Heverlee. De nieuwe beiaard was de bekroning van de grote bouwcampagne die in 1721 was gestart door abt Hieronymus de Waerseghere en die de abdij grotendeels haar huidige uitzicht gaf. Abt de Waerseghere stierf op 2 maart 1730 en heeft dus niet kunnen genieten van de muziek van de nieuwe beiaard. Zijn opvolger Alexander Slootmans voltooide het instrument. 37 klokken werden in de lantaarn van de nieuwe toren gehangen en drie basklokken, die ook in het gelui meededen, werden in het corpus van de toren gehangen. De speeltrommel werd gegoten door broeder Peter Vanden Gheyn en afgewerkt en gemonteerd door Charles Alexandre Lion, stadsuurwerkmaker van Leuven.

In 1789 werd de abdij opgeheven na een conflict tussen de abdij en het Oostenrijks bestuur. De beiaard werd te koop gesteld, maar vond geen koper die een voldoende hoog bod uitbracht. Toen de beiaard opnieuw bedreigd werd, dit keer door het Franse republikeinse regime, slaagden de paters erin om het instrument tijdig te verbergen. Volgens kronieken werden klokken en de trommel begraven in de schuur van de nabijgelegen hoeve De Kroon. Het uurwerk, de klepels, de hamers en de pinnen van de trommel werden verborgen op zolder. 

In het begin van de 19de eeuw vormde de abdij geen georganiseerde gemeenschap meer en de overblijvende paters wilden de beiaard verkopen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. In 1810 deden zij een aanbod aan de stad Leuven om hun klokken aan te kopen of te ruilen voor de onvolmaakte klokken van de stadsbeiaard in de Sint-Pieterskerk. Deze beiaard was tussen 1725 en 1728 gegoten door Andreas Frans Vanden Gheyn. Een commissie van experten beoordeelde beide klokkenreeksen en formuleerde een dringend advies aan de stad om deze buitenkans om een zuivere beiaard te verwerven niet voorbij te laten gaan. De ruil ging door en de vernieuwde stadsbeiaard speelde voor het eerst op Leuven Kermis 1811. De paters hebben minstens een deel van de klokken die ze in ruil kregen, verkocht op de tweedehandsmarkt. Vandaag zijn in Frankrijk op vier plaatsen klokken gedocumenteerd van Andreas Frans Vanden Gheyn. Ze dragen de jaartallen 1725, 1726 en 1727, wat overeenkomt met de periode van vervaardiging van de Leuvense stadsbeiaard. Een klok uit 1727 die zich nu bevindt in het Collège Godefroy de Bouillon in Clermont-Ferrand kon bestudeerd worden aan de hand van foto’s. Op de buitenzijde van de slagring zijn de sporen van vier hamerinslagen te zien, wat erop wijst dat de klok ooit heeft deel uitgemaakt van een beiaard. Een klok uit 1725 hangt in de kapel van het paleis van Versailles. 

Op 25 augustus 1914 en tijdens de volgende dagen werd Leuven gebrandschat door het Duitse bezettingsleger. De beroemde universiteitsbibliotheek ging in vlammen op, samen met 1200 andere gebouwen. Soldaten staken ook het vuur aan de Sint-Pieterskerk. De luidklokken in de westertoren vielen aan stukken op de kerkvloer en de beiaard van Noorden en De Grave in de vieringtoren smolt door de hitte. De ondergang van de beiaarden van Dinant, Dendermonde en Leuven schokte de westerse wereld en bezorgde vanaf oktober 1914 internationale bekendheid aan de Belgische beiaardcultuur. Na de oorlog leidde dit tot de realisatie van een aantal herdenkingsbeiaarden in Angelsaksische landen. 

De Leuvense universiteit kreeg in 1928 een nieuwe bibliotheek met een beiaard die de herinnering aan de gesneuvelde Amerikaanse ingenieurs levend zou houden. Na haar restauratie kreeg ook de Sint-Pieterskerk in 1934 een nieuwe beiaard. Die werd echter niet meer in de vieringtoren geplaatst, maar in de westertoren. De Abdij van Park bleef echter verstoken van beiaardmuziek tot in 1982. 

 

Een Vredesbeiaard

 

In 1982 vierde pater Achilles Stanislaus Roggen zijn twintigjarig jubileum als abt van de Abdij van Park. Bij die gelegenheid schonk zijn confrater Godefridus Fernandus Gillessen,  pastoor in het Waalse Houtaing, een automatisch klokkenspel aan de abdij. De voorslag bestond uit 21 klokken van de Nederlandse klokkengieterij Petit & Fritsen en had een totaal klokgewicht van 511 kg. Hij speelde elke half uur een religieuze of wereldlijke melodie. 

Toen rond 2012 een grootscheepse restauratiecampagne startte die de abdij in haar 18de-eeuwse toestand zou herstellen, groeide het idee om ook het klankbeeld in de abdij uit die tijd in ere te herstellen. Het plan droeg de sympathie weg van burgemeester Louis Tobback en er werd een werkgroep opgericht onder leiding van Jos Daniëls, voorzitter van het beheerscomité van de abdij. De herdenking van de Eerste Wereldoorlog bood een kans om het project te realiseren. Jens Metzdorf, de stadsarchivaris van Neuss aan de Rijn, had ontdekt dat het wangedrag van een bataljon uit zijn stad de directe aanleiding vormde tot de Brand van Leuven in 1914. Soldaten uit Neuss, die als opdracht hadden de stad te bewaken, hadden per vergissing op andere Duitse soldaten geschoten. De legerleiding schreef de schuld van dit schietincident toe aan Leuvense vrijschutters, waarop een wrede strafexpeditie volgde. Vanaf 2014 ontstonden contacten tussen Neuss en Leuven en op 24 augustus 2016 ondertekenden de burgemeesters en cultuurschepenen van beide steden een charter waarin Leuven en Neuss zich engageerden om voortaan door cultuur te verbinden wat ooit door vuur gescheiden was. 

Aangezien de vorige beiaard van de Abdij van Park tijdens de Brand van Leuven ten onder was gegaan, nam het stadsbestuur van Neuss het voorstel aan om het beiaardproject voor Park te realiseren als een gezamenlijk cultuurproject. Het nieuwe instrument zou voor de wereld een teken zijn dat verzoening altijd mogelijk is, hoe bloedig een gedeeld verleden ook geweest is. Daarom zou de beiaard worden geprofileerd als Vredesbeiaard en deel gaan uitmaken van het International Network of War Memorial and Peace Carillons. 

De fundraising in Leuven en in Neuss verliep voorspoedig. De veertig klokken vonden alle een schenker en meer dan 300 particulieren en organisaties deden kleinere giften. In oktober 2017 kreeg Koninklijke Eijsbouts, die als meest voordelige uit de openbare aanbesteding van de stad Leuven was gekomen, de opdracht om het instrument te realiseren. In maart 2018 woonden de schenkers van de veertig klokken een gieting bij in de klokkengieterij in Asten. Op 10 september kwamen de klokken aan in de abdij. Ze werden gezegend door de prior in aanwezigheid van hun schenkers en de volgende dagen konden ze op het neerhof bewonderd worden door het Leuvense publiek. Twintig klassen van lagere scholen maakten via de Vredesbeiaard kennis met het erfgoed van de Vlaamse beiaardcultuur.

Op 11 november, exact 100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd de Vredesbeiaard ingehuldigd. Om 11 uur luidden alle klokken van het land gelijktijdig met de klokken van de Quirinusmünster in Neuss. Ongeveer 800 aanwezigen uit Leuven en Neuss woonden in de kerk en in een tent de plechtigheid bij. Als slot van het gebeuren speelde abdijbeiaardier Luc Rombouts A Sacred Suite, een werk dat voor de gelegenheid was gecomponeerd door beiaardier en componist Geert D’hollander. Het werk bestaat uit drie delen, die gebaseerd zijn op gregoriaanse melodieën die in de 16de eeuw op voorslagen in de Lage Landen weerklonken. In de namiddag was er een beiaardfeest voor het grote publiek, met onder meer concerten door Arie Abbenes, Luc Rombouts en Carl Van Eyndhoven. De slotactiviteit van de dag was een groot vredesconcert in de Sint-Pieterskerk, de plaats waar de beiaard hing van 1811 tot aan de verwoesting van de kerk in 1914. Bij het toekomen kregen de gasten muzikaal welkom door stadsbeiaardier Eddy Mariën vanop de stadsbeiaard. Het concert werd verzorgd door het Leuvense koor Musa Horti, het Neusser koor Capella Quirina en het Neusser Kammerorchester. 

Naar aanleiding van de komst van de Vredesbeiaard heeft de Alamire Foundation, een studiecentrum rond oude muziek dat zijn thuisbasis heeft in de Abdij van Park, een digitaliseringsproject opgestart van historische beiaardmuziek. In 2018 en 2019 worden alle manuscripten uit de 17de en 18de eeuw met automatische en handbespeelde beiaardmuziek gedigitaliseerd door het Alamire Digital Lab. Het is de bedoeling om deze muziek online ter beschikking te stellen van onderzoekers en musici. Het initiatief van de Alamire Foundation is bijzonder zinvol omdat de nieuwe Vredesbeiaard een replica is van de vroegere beiaard en dus een stukje 18de-eeuwse beiaardcultuur weer tot leven wekt. 

 

Een nieuwe barokbeiaard

 

Als het de ambitie was om het 18de-eeuwse klankbeeld in en rond de Abdij van Park in ere te herstellen, lag het voor de hand om de beiaard van Noorden en De Grave die in 1914 ten onder ging, te reconstrueren. Van deze gieters is echter geen enkele beiaard bewaard gebleven. Toch bleek een reconstructie mogelijk te zijn, althans voor wat betreft de klokken. Klokkengieter Jacques Sergeys bezat in zijn archief twee schetsboekjes van zijn grootvader Constant Sergeys waarin deze rond 1890 de profielen en maten van de 40 klokken van de stadsbeiaard had genoteerd. Constant Sergeys had als beginnend klokkengieter de klokken in de toren van de Sint-Pieterskerk opgemeten, wellicht om er zijn voordeel mee te doen in zijn eigen praktijk. Bovendien was het kleinste klokje van de oorspronkelijke klokkenreeks van Noorden en De Grave bewaard gebleven. Het bevindt zich in het stedelijk museum De Hofstadt in Diest. Voor het klokje in het museum terechtkwam, deed het dienst als schoolbel in het Diestse stadscollege. Op basis van deze historische gegevens zou de nieuwe beiaard veertig klokken krijgen met klaviertonen c – d – e – chromatisch – f3.

 

Als bijkomend materiaal onderzocht Bert Augustus, campanoloog bij Koninklijke Eijsbouts nog twee andere klokken van Noorden en De Grave, de basklok van de beiaard van Middelburg en een slagklok in het Museum Klok en Peel in Asten. 

Het onderzoek wees uit dat het profiel van grote Noorden en De Graveklokken exact hetzelfde is als het profiel van grote Hemonyklokken. Daarom werd als basis van de reconstructie de grootste Hemonyklok genomen, de zes ton zware Grote Triomfante die Pieter Hemony goot voor het Gentse belfort. Hoe groter het model, hoe nauwkeurig de reconstructie immers zal zijn. Het verloop van het profiel doorheen de volledige klokkenreeks werd vastgelegd aan de hand van de schetsboekjes van Constant Sergeys. Voor de reconstructie van de kleine klokken baseerde Augustus zich op de gegevens uit de schetsboekjes en het profiel van het klokje uit Diest. Noorden en De Grave weken voor hun kleine klokken immers af van de profielen van Hemony. Uit de analyse bleek dat de oorspronkelijke beiaard gestemd was in de cornetstemming, waarbij de klaviertoon c overeenkomt met de slagtoon cis1, zij het 30 cents lager dan de diapason van vandaag. Het totale gewicht van de beiaardklokken is 10.636 kg, met als uitersten een basklok van 2132 kg en een discantklokje van 6,6 kg. De opschriften van de oude klokken, voor zover bekend, werden overgenomen, weliswaar met toevoeging van de signatuur van klokkengieterij Eijsbouts en de datering 2018. De opschriften op de flank van de klok werden gekozen door de schenkers. De randversiering van de klokken werd overgenomen van friezen van bewaard gebleven Noorden- en De Graveklokken. 

De klokken werden gestemd in de ¼ komma middentoonstemming. Dit was de meest gebruikelijke stemming in de baroktijd, die ook door de Hemony’s werd toegepast. De deeltonen in elke klok werden daarentegen rein gestemd, zoals ook de Hemony’s dat deden. Dat geef het klankbeeld een licht zwevend karakter. De samenstelling van het brons was voor alle klokken dezelfde. Ze werd bepaald op 76% koper, 20% tin en 4% lood, dezelfde samenstelling die ook in Hemonybeiaarden terug te vinden is. Het relatief hoge percentage lood bij Hemonybeiaarden was vermoedelijk geen bewuste keuze van de gieters, maar het gevolg van een minder grote controle op de samenstelling van het klokkenbrons. 

De klepels werden vervaardigd in smeedijzer, zoals in de 18de eeuw gebruikelijk was. De klepelgewichten werden afgeleid van de klepeldiameters die Constant Sergeys had genoteerd. Dat leidde tot een ietwat hoger klepelgewicht dan gebruikelijk bij Hemony, namelijk gemiddeld 4,3% van het klokgewicht in plaats van 4%. Vooral in de discantklokjes lopen de relatieve klepelgewichten sterk op. 

 

Voor de inplanting van de klokken, het klavier en de tractuur werd een beroep gedaan op vergelijkingsmateriaal bij andere historische beiaarden. 

In overleg met Arie Abbenes, die het project begeleidde als onafhankelijk adviseur, werd de inplanting van de 40 klokken vastgelegd. Op de twee basklokken na, die centraal aan de zoldering van de klokkenkamer kwamen, werden alle klokken opgehangen in de vier lantaarnopeningen van de abdijtoren. Beiaardklokken uit de 17de en 18de eeuw die in torenlantaarns hingen, werden meestal bevestigd aan brugstaven in de vensteropeningen. Uit stabiliteitsoverwegingen werd in Park gekozen voor ophanging in een stalen klokkenstoel vlak achter de openingen. De klokken werden opgehangen aan draagbalken in gelijmd eikenhout. 

Er werd geopteerd om voor het klavier een kopie te maken van het best bewaarde klavier uit de tijd van het ontstaan van de abdijbeiaard. Dat was het voormalige klavier van de Hasseltse stadsbeiaard, dat in het beiaardmuseum in de Sint-Quintinustoren wordt bewaard. Het klavier dateert van 1752 en is mogelijk geconstrueerd onder supervisie van Matthias Vanden Gheyn, die als adviseur van deze beiaard optrad. Het klavier werd volledig geconstrueerd in eikenhout, inclusief de klavierstokken. Alle maten van het klavier werden overgenomen, zoals ook de beperkte ambitus van het pedaal in het Hasseltse pedaal, dat slechts tot e1 loopt. 

Voor de draadregelaars koos Abbenes het eenvoudige systeem van een draad die draaide in de klaviertoets en die ingehaakt werd in het oog van een tweede draad. 

De klavierkamer werd vlak onder de klokken in de lantaarn geplaatst. Deze keuze werd gemaakt op basis van vergelijkingsmateriaal met de beiaarden van het Koninklijk Paleis in Amsterdam, de Garnisonskirche in Potsdam en de Parochialkirche in Berlijn. De klavierkamer kreeg een achthoekige vorm en werd vervaardigd in padoekhout. 

Als tractuur werd voor de meeste klokken een systeem van tuimelassen gekozen. Historische gegevens wijzen immers uit dat in de 17de- en 18de-eeuwse beiaardbouw in de Zuidelijke Nederlanden vermoedelijk vooral tuimelassen en gerichte tuimelaars werden gebruikt. Voor de grotere klokken, die in de zijvensters of aan het plafond hingen, werden gerichte tuimelaars en broekverbindingen toegepast. Omwille van de relatief zware klepelgewichten, werden aan de klepels van de meeste klokken hulpveren aangebracht. 

Omdat de klaviermaten afwijken van de moderne standaarden in klavierbouw, werd een oefenklavier op maat besteld bij de firma Clavion met klankstaven in middentoonstemming. Dit zal gastbeiaardiers toelaten te wennen aan de maten van het torenklavier via een eerste speelsessie op het oefenklavier. Het klavier bevindt zich op het doksaal van de kerk en is intussen al gebruikt tijdens de projectweek van de Koninklijke Beiaardschool in februari 2019 en abdijkampjes voor kinderen in de krokusvakantie.

 

In theorie zou de oude speeltrommel van de abdijbeiaard opnieuw kunnen gebouwd worden. De contracten uit 1733 met Elisabeth Peeters, weduwe van klokkengieter Andries Vanden Gheyn, en met Charles Alexandre Lion, zijn immers bewaard gebleven. Budgettair was het echter niet haalbaar om een nieuwe trommel te construeren. Daarom werd geopteerd voor een MIDI-aangestuurd systeem dat via pneumatische pistons het stokkenklavier activeert. De beiaardcomputer is de Apollo III van de firma Clock-o-Matic uit Holsbeek. De automaat speelt elk kwartier een vredesmelodie. Op het uur speelt hij de Ode an die Freude van Ludwig van Beethoven. Op het half klinkt het koor See, the Conqu’ring Hero Comes uit het oratorium Judas Maccabëus van Georg Friedrich Händel. Deze melodie illustreert de band met de stad Neuss, aangezien ze daar driemaal per dag wordt gespeeld op het zogenaamde Schützenglockenspiel. De kwartiermelodieën zijn jingles van enkele noten, maar ook die hebben een band met de vrede. Het kwartier na het uur wordt aangegeven door het begin van het anti-oorlogslied Where have All the Flowers Gone. Het kwartier voor het uur klinkt de aanhef van het lied Will Ye Go to Flanders, een 18de-eeuws lied dat in de 20ste eeuw groeide het lied uit tot een universeel anti-oorlogslied. Op feestdagen en bijzondere momenten in het jaar speelt de Vredesbeiaard op het uur en half uur aangepaste melodieën. 

In november 2018 stelde het stadsbestuur van Leuven Luc Rombouts aan tot beiaardier van de Abdij van Park. Hij bespeelt het instrument elke woensdag van het jaar van 17 tot 18 uur. 

 

Het belang van het beiaardproject in de Abdij van Park

 

Het beiaardproject in de Abdij van Park is om meerdere redenen interessant voor de beiaardcultuur van vandaag. 

De warme sympathie waarop het project werd onthaald, toont aan dat grote beiaardprojecten vandaag nog steeds mogelijk zijn. Het is van belang het juiste momentum te zoeken, of het te gebruiken wanneer het zich aandient. Een voor de hand liggend idee is een toren die ooit zingend is geweest is, opnieuw te voorzien van een beiaard. Het project toont ook aan dat het zinvol is om in een stad meerdere beiaarden te hebben. Het fysiek bereik van een beiaardmuziek is uiteindelijk vrij beperkt en het is een overweging waard om nieuwe instrumenten te realiseren in stadsbuurten waar de muziek van de stadsbeiaard niet tot doordringt. Met de nieuwe Vredesbeiaard in de Abdij van Park klinken er vijf handbespeelde beiaarden in Leuven, elk met een eigen karakter en elk met een eigen lokaal publiek. 

Met de nieuwe beiaard van de Abdij van Park is voor het eerst in de geschiedenis een replica gerealiseerd van een instrument dat volledig verloren is gegaan. Het is geen poging om een exacte replica te produceren, omdat niet alle elementen van het vroegere instrument voorhanden waren. Het is correcter te stellen dat hier een ‘ideale’ barokbeiaard tot stand is gekomen, waarbij werd gebruik gemaakt van elementen van het oude instrument, aangevuld met gegevens uit andere historische beiaarden. In die zin kan de Vredesbeiaard beschouwd worden als de enige historische beiaard in België, ook al bestaat hij uitsluitend uit nieuw materiaal. Op dat punt kan hij vergeleken worden met drie Nederlandse reconstructieprojecten, die evenwel tot stand zijn gekomen met bewaard gebleven reeksen Hemonyklokken (Zuidertoren Amsterdam, Amersfoort, Middelstum).  Alle andere beiaarden die historisch worden genoemd, zijn moderne instrumenten die gebruik maken van oude klokken. Het muzikale resultaat van het project bewijst dat dit soort een reconstructie zinvol is. Hopelijk zal dit instrument fungeren als prototype van soortgelijke projecten in de toekomst, zeker in torens waar ooit een beiaard gehangen heeft. 

 

 

Technische fiche

Klokkengieters: 
Koninklijke Eijsebouts
Aantal klokken: 
40
Totaal gewicht: 
10.636 kg
Basklok: 
2132 kg
Transpositie: 
1 halve toon omhoog
Stemming: 
middentoon
Totale omvang klavier: 
C - D - E - chromatisch - f3
Omvang manuaal: 
C - D - E - chromatisch - f3
Omvang pedaal: 
C - D - E - chromatisch - e1
Klavier: 
Replica van het beiaardklavier uit Hasselt (1752)
Inrichting: 
Tuimelassen
Automatisch spel: 
Pneumatische pistons
Besturing automatisch spel: 
Apollo III (clock-o-matic)
Speelfrequentie automaat: 
Elk kwartier van 8 tot 22u
Repertoire automaat: 
Ode an die Freude (Beethoven) op het uur; Tochter Zion (Händel) op het halfuur; gelegenheidsmuziek op feestdagen
Bespelingen: 
Woensdag 17u (zomeruur) 16u (winteruur)
Zomerconcerten: 
4 Zondagen vanaf half juni, 15u
Beiaardier: 
Luc Rombouts
Eigenaar: 
Norbertijnengemeenschap Abdij van Park, in erfpacht gegevan aan Stad Leuven